14.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 419/50
Beroep ingesteld op 11 september 2016 — Gamaa Islamya Egypte/Raad
(Zaak T-643/16)
(2016/C 419/66)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Gamaa Islamya Egypte (Egypte) (vertegenwoordiger: L. Glock, advocaat)
Verwerende partij: Raad van de Europese Unie
Conclusies
—
nietigverklaring van besluit (GBVB) 2016/1136 van de Raad van 12 juli 2016 inzake de actualisering van de lijst van personen, groepen en entiteiten bedoeld in de artikelen 2, 3 en 4 van gemeenschappelijk standpunt 2001/931/GBVB betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme en tot intrekking van besluit (GBVB) 2015/2430 (PB 2016, L 188, blz. 21), voor zover het verzoekster betreft;
—
nietigverklaring van uitvoeringsverordening (EU) 2016/1127 van de Raad van 12 juli 2016 tot uitvoering van artikel 2, lid 3, van verordening (EG) nr. 2580/2001 inzake specifieke beperkende maatregelen tegen bepaalde personen en entiteiten met het oog op de strijd tegen het terrorisme, en tot intrekking van uitvoeringsverordening (EU) 2015/2425 (PB 2016, L 188, blz. 1), voor zover zij verzoekster betreft;
—
verwijzing van de Raad in alle kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert verzoekster acht middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van artikel 1, lid 5, van gemeenschappelijk standpunt van de Raad van 27 december 2001 betreffende de toepassing van specifieke maatregelen ter bestrijding van het terrorisme (2001/931/GBVB; PB 2001, L 344, blz. 93; hierna: „gemeenschappelijk standpunt 2001/931”).
2.
Tweede middel: schending van artikel 1, lid 4, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931.
3.
Derde middel: onjuiste opvatting van de Raad wat betreft het bestaan van de aan verzoekster ten laste gelegde feiten.
4.
Vierde middel: onjuiste beoordeling door de Raad wat betreft de kwalificatie van verzoekster als „terroristische groepering”.
5.
Vijfde middel: schending van artikel 1, lid 6, van gemeenschappelijk standpunt 2001/931.
6.
Zesde middel: niet-nakoming van de motiveringsplicht.
7.
Zevende middel: schending van de rechten van de verdediging en van het recht op effectieve rechterlijke bescherming.
8.
Achtste middel: geen authenticatie van de motivering.