28.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 441/27
Hogere voorziening ingesteld op 28 september 2016 door HG tegen het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van 19 juli 2016 in zaak F-149/15, HG/Commissie
(Zaak T-693/16 P)
(2016/C 441/32)
Procestaal: Frans
Partijen
Rekwirerende partij: HG (Brussel, België) (vertegenwoordiger: L. Levi, advocaat)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
De rekwirerende partij verzoekt het Gerecht:
—
het arrest van het Gerecht voor ambtenarenzaken van de Europese Unie van 19 juli 2016 in zaak F-149/15 te vernietigen;
—
dientengevolge, de in eerste aanleg geformuleerde vorderingen toe te wijzen en dus
—
besluit CMS 13-005 van het tripartiete TABG nietig te verklaren, voor zover daarbij wordt voorzien in de schorsing van de plaatsing in een hogere salaristrap voor een periode van 18 maanden en in de vergoeding van schade die daarbij wordt vastgesteld op 108 596,35 EUR;
—
voor zover nodig, het besluit tot afwijzing van de klacht nietig te verklaren;
—
subsidiair, de financiële sanctie zoals opgenomen in besluit CMS 13-005 te verminderen;
—
de verwerende partij te veroordelen tot vergoeding van de geleden immateriële en reputatieschade welke op 20 000 EUR wordt begroot;
—
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten;
—
de verwerende partij te verwijzen in alle kosten van de beide procedures.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van de hogere voorziening voert de rekwirerende partij vier middelen aan.
1.
Eerste middel, betreffende rekwirants financiële aansprakelijkheid, ontleend aan niet-nakoming van de motiveringsplicht, daar het Gerecht voor ambtenarenzaken (GVA) zich niet heeft uitgesproken over één van zijn grieven betreffende de schending van het evenredigheidsbeginsel. Voorts heeft het op verschillende punten blijk gegeven van een onjuiste rechtsopvatting en de elementen van het dossier verkeerd opgevat.
2.
Tweede middel, ontleend aan procedurefouten van de handelingen die de vaststelling van het betwiste besluit voorbereidden en schending van rekwirants rechten van verdediging alsmede niet-nakoming van de motiveringsplicht en onjuiste rechtsopvattingen van het GVA.
3.
Derde middel, ontleend aan niet-nakoming van de motiveringsplicht door de Commissie en het GVA.
4.
Vierde middel, ontleend aan een verkeerde rechts- en feitelijke opvatting van het GVA met betrekking tot de eerste, jegens rekwirant aanvaarde grief. Voorts is het GVA zijn motiveringsplicht niet nagekomen.
Full & Egal Universal Law Academy