21.11.2016
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 428/20
Beroep ingesteld op 7 oktober 2016 — Fair deal for expats e.a./Commissie
(Zaak T-713/16)
(2016/C 428/23)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Fair deal for expats (Lauzun, Frankrijk) en 8 anderen (vertegenwoordigers: R. Croft, L. Nelson, E. Hazzan, Solicitors, P. Green, H. Warwick, M. Gregoire, Barristers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
de instructie van de voorzitter van de Commissie van de Europese Unie die elektronisch is meegedeeld bij brief van 28 juni 2016 aan de leden van het college van commissarissen van de Europese Unie, waarvan het bestaan is vermeld tijdens een toespraak van voorzitter Juncker voor de plenaire vergadering van het Europees Parlement in Brussel op 28 juni 2016 (SPEECH/16/2356), waarbij het voeren van elke formele en informele onderhandelingen door de Commissie met de regering van het Verenigd Koninkrijk wordt verboden zolang niet overeenkomstig artikel 50 VEU kennis is gegeven van de terugtrekking uit de Europese Unie, en de verklaring van de voorzitter van de Commissie van de Europese Unie dat hij eerdergenoemde instructie aan de leden van het college van commissarissen heeft gegeven als „bevel van de voorzitter”, zoals uitdrukkelijk is vermeld tijdens die toespraak voor de plenaire vergadering van het Europees Parlement in Brussel op 28 juni 2016 en is opgetekend in zowel het Engels als het Frans in het persbericht van de Commissie over die toespraak (SPEECH/16/2353), krachtens artikel 264, lid 1, VWEU nietig verklaren; en
—
de Commissie verwijzen in de kosten van deze procedure.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij vijf middelen aan.
1.
Eerste middel: geen of een ontoereikende rechtsgrondslag voor de bestreden maatregelen.
Verzoeker voeren aan dat:
—
er geen rechtsgrondslag is voor een weigering van de Commissie om in afwachting van de kennisgeving overeenkomstig artikel 50 VEU gesprekken aan te gaan met de regering van het Verenigd Koninkrijk en anderen na de uitslag van het niet-bindend referendum;
—
de bestreden maatregelen niet op objectieve factoren zijn gebaseerd en dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat zij op de overtuiging van hun auteur berusten;
—
de bestreden maatregelen op een zodanige wijze zijn getroffen dat sprake is van misbruik van bevoegdheid aangezien de aankondiging in de toespraak dat het om een „bevel van de voorzitter” ging, misleidend was voor het Europees Parlement, het personeel en de ambtenaren van de Commissie en andere instellingen van de Unie, de regeringen van de lidstaten en de burgers van de Unie.
2.
Tweede middel: de bestreden maatregelen vormen voor het Verenigd Koninkrijk en zijn burgers discriminatie op grond van nationaliteit die met artikel 18 VWEU in strijd is.
Verzoekers voeren aan dat:
—
de bestreden maatregelen er inhoudelijk op neerkomen dat het de Commissie wordt verboden om met de vertegenwoordigers van de regering van het Verenigd Koninkrijk te onderhandelen;
—
het Verenigd Koninkrijk, zijn burgers en in het bijzonder verzoekers daardoor aanzienlijk worden benadeeld;
—
de bestreden maatregelen verzoekers bovendien in een nadelige positie plaatsen wat de uitoefening van hun grondrechten betreft, daaronder begrepen het vrije verkeer.
3.
Derde middel: de bestreden maatregelen zijn in strijd met de grondrechten die verzoekers aan het Unierecht ontlenen.
Verzoekers voeren aan dat:
—
de bestreden maatregelen in strijd zijn met de grondrechten die verzoekers ontlenen aan artikel 20, lid 1, VWEU, waaronder het recht op vrij verkeer in onder meer de artikelen 20, lid 2, onder a), 21, lid 1, 45 en 49 VWEU en de burgerrichtlijn 2004/38/EG (1);
—
de bestreden maatregelen in strijd zijn met de door het Handvest van de grondrechten gewaarborgde rechten van verzoekers.
4.
Vierde middel: de bestreden maatregel zijn in strijd met het beginsel van loyale samenwerking in artikel 4, lid 3, VWEU getroffen.
Verzoekers voeren aan dat de bestreden maatregelen voor de Commissie en haar personeel een uitdrukkelijk verbod inhouden om in overeenstemming met het beginsel van loyale samenwerking te handelen door het Verenigd Koninkrijk en de andere instellingen van de Unie bij te staan in de uitvoering van taken die uit de Verdragen voortvloeien.
5.
Vijfde middel: de bestreden maatregelen zijn onrechtmatig aangezien zij geheel of ten dele zijn getroffen om de burgers van de andere lidstaten ervan te weerhouden of te ontmoedigen om hun mening (over het lidmaatschap van de Unie) vrij te uiten, zoals wordt beschermd door artikel 11 van het Handvest van de grondrechten.
(1) Richtlijn 2004/38/EG van het Europees Parlement en de Raad van 29 april 2004 betreffende het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieleden, tot wijziging van verordening (EEG) nr. 1612/68 en tot intrekking van richtlijnen 64/221/EEG, 68/360/EEG, 72/194/EEG, 73/148/EEG, 75/34/EEG, 75/35/EEG, 90/364/EEG, 90/365/EEG en 93/96/EEG (PB L 158, blz. 77).
Full & Egal Universal Law Academy