16.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 14/44
Beroep ingesteld op 7 november 2016 — Picard/Commissie
(Zaak T-769/16)
(2017/C 014/52)
Procestaal: Frans
Partijen
Verzoekende partij: Maxime Picard (Hettange-Grande, Frankrijk) (vertegenwoordiger: M.-A. Lucas, advocaat)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
De verzoekende partij verzoekt het Gerecht:
—
het besluit nietig te verklaren waarbij bepaalde elementen van zijn pensioenrechten voortijdig zijn vastgesteld dan wel het verzuim om een dergelijk, door het Statuut voorgeschreven besluit te nemen, volgende uit het bericht dat verzoeker op 4 januari 2016 heeft ontvangen van een manager van de afdeling 001 „Pensioenen” van de Eenheid 4 van het PMO, waarin hem in antwoord op zijn verzoek van diezelfde dag werd aangegeven dat zijn pensioenrechten waren gewijzigd als gevolg van zijn indiensttreding bij de functiegroep II met ingang van 1 juni 2014, zodat zijn pensioenleeftijd naar 66 jaar is gegaan en het percentage van verkrijging van zijn pensioenrechten met ingang op 1 juni 2014 op 1,8 % is gesteld;
—
voor zover nodig, nietig te verklaren het besluit van de directeur van de directie E van het directoraat-generaal human ressources van de Commissie van 26 juli 2016, voor zover daarbij verzoekers klacht van 1 april 2016 tegen het besluit of het ontbreken van een besluit volgende uit het bericht van 4 januari 2016 bij gebreke van een bezwarend besluit niet-ontvankelijk en, subsidiair, ongegrond is verklaard;
—
de verwerende partij te verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij slechts een middel aan ontleend aan een verkeerde rechtsopvatting en aan schending van artikel 77, tweede en vijfde alinea, van het Ambtenarenstatuut (hierna: „het Statuut”) alsmede van de artikelen 21, tweede alinea, en 22, lid 1, tweede alinea, van bijlage XIII erbij, welke gelden op grond van artikel 109 van de Regeling welke van toepassing is op de andere personeelsleden (RAP), waardoor het bericht van 4 januari 2016 is aangetast, aangezien de datum van indiensttreding die voor de toepassing van die bepalingen is genomen die van 1 juni 2014 is, de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst waardoor verzoeker krachtens artikel 87, lid 4, RAP is toegetreden tot de functiegroep II, terwijl dit 1 juli 2008 had moeten zijn, de datum waarop hij aanvankelijk als arbeidscontractant van de functiegroep I in dienst van de Commissie is getreden.
Dit middel bestaat uit twee onderdelen:
—
eerste onderdeel, ontleend aan het feit dat de afdeling 1 van de Eenheid 4 van het Bureau beheer en afwikkeling van individuele rechten („PMO”) en de directeur van de directie E van het directoraat-generaal human ressources van de Commissie („DGHR”) zich ten onrechte op het standpunt hebben gesteld dat de artikelen 22, lid 1, tweede alinea, en 21, tweede alinea, van bijlage XIII bij het Statuut, op grond dat de overeenkomst van 19 mei 2014 waardoor verzoeker was toegetreden tot de functiegroep II nieuw was en tot een nieuwe aanwerving had geleid, niet op hem van toepassing waren, zodat artikel 77, tweede en vijfde alinea, van het Statuut op hem van toepassing was, terwijl de in de artikelen 21 en 22 van bijlage XIII bedoelde datum van indiensttreding die van de eerste aanwerving is.
—
tweede onderdeel, ontleend aan de vergissing die de afdeling I van de Eenheid van het PMO en de directeur van de directie E van het DGHR eveneens zouden hebben gemaakt door zich op het standpunt te stellen dat de overeenkomst van 19 mei 2014 waardoor verzoeker tot de functiegroep II was toegetreden een breuk in zijn loopbaan vormde, dat de artikelen 22, lid 1, tweede alinea, en 21, tweede alinea, van bijlage XIII van het Statuut niet op hem van toepassing waren, zodat artikel 77, tweede en vijfde alinea, van het Statuut op hem van toepassing was, terwijl die overeenkomst was gesloten in het kader van de voortzetting van zijn loopbaan, aangezien deze tot doel en gevolg heeft gehad dat hij opnieuw werd ingedeeld zonder enige andere dan formele wijziging van functie.
Full & Egal Universal Law Academy