6.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 38/38
Beroep ingesteld op 30 november 2016 — BP/FRA
(Zaak T-838/16)
(2017/C 038/51)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partij: BP (Wenen, Oostenrijk) (vertegenwoordiger: E. Lazar, advocaat)
Verwerende partij: Bureau van de Europese Unie voor de grondrechten (FRA)
Conclusies
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die de verzoekende partij heeft geleden als gevolg van misbruik en het weglekken van zijn/haar persoonsgegevens en van verschillende andere onregelmatigheden die zich hebben voorgedaan tijdens procedures die verweerder heeft gevoerd inzake zijn/haar verzoeken om toegang tot documenten krachtens verordening nr. 1049/2001 en zijn/haar verzoeken om toegang tot informatie krachtens artikel 13 van verordening 45/2001;
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die de verzoekende partij heeft geleden als gevolg van schendingen van verschillende regels die ertoe strekken aan particulieren rechten toe te kennen;
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van de materiële en immateriële schade die de verzoekende partij heeft geleden als gevolg van de onregelmatige gedragingen van verweerder tijdens de tenuitvoerlegging van het arrest in zaak T-658/13 P;
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van de morele schade van de verzoekende partij;
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van materiële schade;
—
veroordeling van verweerder tot vergoeding van de door de verzoekende partij gemaakte juridische kosten voor het inwinnen van juridisch advies in de precontentieuze fase;
—
veroordeling van verweerder tot betaling van vertragingsrente over het uiteindelijk toegekende bedrag;
—
veroordeling van verweerder tot betaling van de kosten, zelfs indien het beroep wordt afgewezen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van haar beroep voert de verzoekende partij twee middelen aan.
1.
Eerste middel: schending van regels die ertoe strekken aan particulieren rechten toe te kennen, waaronder, onder andere, inbreuk op de bepalingen inzake gegevensbescherming als bedoeld in artikel 4, lid 1, onder b), van verordening nr. 1049/2001 in samenhang met artikel 4, lid 4, van deze verordening en met de uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 1049/2001, schending van artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM), inbreuk op de bepalingen inzake gegevensbescherming als bedoeld in verschillende bepalingen van verordening nr. 45/2001 en in de uitvoeringsbepalingen van verordening nr. 45/2001, en niet-nakoming van de zorgplicht.
2.
Tweede middel: niet-nakoming van de vertrouwelijkheidsplicht, waardoor de persoonsgegevens van de verzoekende partij naar derden en de pers zijn weggelekt, en misbruik van bevoegdheid en kennelijk en ernstig gebrek aan zorgvuldigheid en voorzichtigheid tijdens de verwerking van de persoonsgegevens van de verzoekende partij.