30.1.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 30/58
Beroep ingesteld op 11 december 2016 — QI e.a./Commissie en ECB
(Zaak T-868/16)
(2017/C 030/66)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: QI (Athene, Griekenland) en 15 andere verzoekers (vertegenwoordigers: S. Pappas en I. Ioannidis, advocaten)
Verwerende partijen: Europese Commissie en Europese Centrale Bank
Conclusies
—
de Europese Unie en/of het Europees Stelsel van Centrale Banken (ESCB) veroordelen tot betaling van de in het verzoekschrift vermelde bedragen ter vergoeding van de schade die verzoekers door hun illegale deelname aan de herstructurering van de Griekse overheidsschuld hebben geleden ten gevolge van de activering van de aangepaste collectieve-actieclausules;
—
subsidiair, de Unie en/of de Europese Centrale Bank (ECB) veroordelen tot betaling van de in het verzoekschrift vermelde bedragen ter vergoeding van de schade die verzoekers hebben geleden doordat de schuldeisers van Griekenlands openbare sector op illegale wijze zijn uitgesloten van de herstructurering van de Griekse overheidsschuld;
—
hoe dan ook, de ECB veroordelen tot vergoeding van de in het verzoekschrift voor elke verzoeker beschreven schade die voortvloeit uit het feit dat het ESCB op illegale wijze is uitgesloten van de herstructurering van de Griekse overheidsschuld;
—
de ECB en/of de Unie verwijzen in de kosten.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van hun beroep voeren de verzoekende partijen vijf middelen aan.
1.
De Unie en/of de ECB en het ESCB hebben met hun optreden hun bevoegdheid overschreden en de artikelen 120 tot en met 126 en 127 VWEU alsook artikel 352, lid 1, VWEU, geschonden.
2.
De ECB en het ESCB hebben met hun optreden, en in het bijzonder door het ESCB uit te sluiten van de herstructurering, artikel 123 VWEU geschonden.
3.
De Unie en/of de ECB en het ESCB hebben met hun optreden het krachtens artikel 17 van het Handvest van de grondrechten beschermde eigendomsrecht van verzoekers geschonden.
4.
De Unie en/of de ECB en het ESCB hebben met hun optreden het door artikel 63 VWEU gewaarborgde beginsel van vrij kapitaalverkeer geschonden.
5.
De Unie en/of de ECB en het ESCB hebben met hun optreden het krachtens artikel 20 van het Handvest van de grondrechten beschermde recht van verzoekers op een gelijke behandeling geschonden.