20.2.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 53/37
Beroep ingesteld op 19 december 2016 — Apple Sales International en Apple Operations Europe/Commissie
(Zaak T-892/16)
(2017/C 053/46)
Procestaal: Engels
Partijen
Verzoekende partijen: Apple Sales International (Cork, Ierland) en Apple Operations Europe (Cork, Ierland) (vertegenwoordigers: A. von Bonin en E. van der Stok, advocaten, D. Beard QC, A. Bates, L. Osepciu en J. Bourke, Barristers)
Verwerende partij: Europese Commissie
Conclusies
—
nietigverklaring van het besluit van de Europese Commissie van 30 augustus 2016 betreffende steunmaatregel SA.38373 (2014/C) (ex 2014/NN) (ex 2014/CP) die door Ierland ten gunste van Apple ten uitvoer is gelegd;
—
subsidiair: gedeeltelijke nietigverklaring van het besluit; en
—
verwijzing van de Commissie in de kosten van de verzoekende partijen.
Middelen en voornaamste argumenten
Ter ondersteuning van het beroep voeren de verzoekende partijen veertien middelen aan.
1.
Eerste middel: de Commissie heeft het Ierse recht verkeerd uitgelegd.
—
De verzoekende partijen zijn van mening dat zij, als niet-ingezeten Ierse vennootschappen, ingevolge section 25 van de Taxes Consolidation Act 1997 (geconsolideerde belastingwet van 1997) slechts aan de Ierse vennootschapsbelasting onderworpen waren ten aanzien van „belastbare winst” die kon worden toegerekend aan activiteiten die door hun Ierse dochterondernemingen waren verricht. De standpunten [van de belastingdienst] gaven de „belastbare winst” van de dochterondernemingen correct weer en leidden dus niet tot een voordeel. De Commissie heeft ook ten onrechte bepaald dat de winstverdeling uit section 25 het zakelijkheidsbeginsel in acht moet nemen.
2.
Tweede middel: het zakelijkheidsbeginsel is niet de toe te passen test voor staatssteun in belastingaanslagen ingevolge artikel 107 VWEU.
—
De Commissie heeft ten onrechte gesteld dat Ierland ingevolge artikel 107, lid 1, VWEU verplicht was om de belastbare winsten van de verzoekende partijen ingevolge section 25 te berekenen overeenkomstig het zakelijkheidsbeginsel van de Commissie.
3.
Derde middel: de Commissie heeft fundamentele fouten gemaakt ten aanzien van de activiteiten van de verzoekende partijen buiten Ierland.
—
De Commissie heeft fundamentele fouten gemaakt door te miskennen dat de winstgevende activiteiten van de verzoekende partijen, met name de ontwikkeling en commercialisering van intellectueel eigendom („Apple IP”) werden gecontroleerd en beheerd vanuit de Verenigde Staten. De winsten uit deze activiteiten hadden aan de Verenigde Staten, en niet aan Ierland, moeten worden toegerekend. De Commissie heeft ten onrechte slechts rekening gehouden met de notulen van de bestuursvergaderingen van de verzoekende partijen, en al het overige bewijs met betrekking tot de activiteiten buiten beschouwing gelaten.
4.
Vierde middel: de Commissie heeft fundamentele fouten gemaakt ten aanzien van de activiteiten van de verzoekende partijen in Ierland.
—
De Commissie is voorbijgegaan aan het feit dat de Ierse dochterondernemingen slechts routinematige functies verrichtten en niet betrokken waren bij de ontwikkeling en de winstgevende commercialisering van Apple IP.
5.
Vijfde middel: de vermoedens van de Commissie zijn in strijd met de bewijslast, de OESO-richtsnoeren en unaniem deskundigenonderzoek; de conclusie is tegenstrijdig.
—
De Commissie is ervan uitgegaan dat de belangrijkste winstgevende activiteiten van de verzoekende partijen aan de Ierse dochterondernemingen konden worden toegerekend, en heeft het bewijs, waaronder uitgebreid deskundigenbewijs dat laat zien dat de winsten niet aan de activiteiten in Ierland konden worden toegerekend, niet correct beoordeeld.
6.
Zesde middel: de verzoekende partijen werden op dezelfde manier behandeld als andere niet-ingezeten belastingplichtigen in Ierland en werden niet selectief behandeld.
—
De Commissie heeft geen selectiviteit aangetoond: zij heeft de verzoekende partijen ten onrechte behandeld alsof zij Ierse ingezeten vennootschappen waren en alsof zij over de wereldwijd behaalde winst belasting zouden moeten betalen.
7.
Zevende middel: het primaire betoog van de Commissie faalt wegens schending van wezenlijke vormvoorschriften.
—
De Commissie heeft in het inleidingsbesluit haar primaire betoog niet nader uiteengezet. Indien zij dat wel had gedaan, had Apple bewijs kunnen leveren waardoor het resultaat van de procedure anders had kunnen en moeten zijn.
8.
Achtste middel: de Commissie heeft in het kader van het subsidiaire betoog feitelijke fouten en beoordelingsfouten gemaakt bij de toepassing van de transactional net margin-methode (winstvergelijkingsmethode) ten aanzien van de Ierse dochterondernemingen.
—
Het subsidiaire betoog van de Commissie verwerpt ten onrechte het deskundigenbewijs en zet ten onrechte niet uiteen wat een juiste analyse van de winsttoerekening zou moeten zijn.
9.
Negende middel: het meer subsidiaire betoog van de Commissie schendt wezenlijke vormvoorschriften en berust op een kennelijke beoordelingsfout.
—
De Commissie had de belastingaanslagen niet met andere door de Ierse belastingdienst aan derden gerichte aanslagen mogen vergelijken, omdat de feitelijke omstandigheden verschillend waren.
10.
Tiende middel: op basis van het subsidiaire en het meer subsidiaire betoog kan het terug te vorderen bedrag niet worden berekend.
—
Het besluit bevat, in strijd met de staatssteunregels en het rechtszekerheidsbeginsel, geen uitleg over de hoogte van het volgens het subsidiaire en het meer subsidiaire betoog terug te vorderen bedrag.
11.
Elfde middel: De Commissie heeft het rechtszekerheidsbeginsel en het beginsel van de niet-terugwerkende kracht geschonden door de terugvordering van de vermeende steun te gelasten.
12.
Twaalfde middel: er is ten onrechte geen zorgvuldig en onpartijdig onderzoek verricht.
13.
Dertiende middel: schending van artikel 296 VWEU en van artikel 41, lid 2, onder c), van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie.
14.
Veertiende middel: het besluit valt buiten de bevoegdheid van de Commissie krachtens artikel 107, lid 1, VWEU.
—
De Commissie heeft het beginsel van rechtszekerheid geschonden door terugvordering te gelasten op grond van een onvoorzienbare uitlegging van het staatssteunrecht. Zij heeft in strijd met haar zorgvuldigheidsplicht niet al het relevante bewijs onderzocht en het besluit niet naar behoren gemotiveerd, en zij heeft haar bevoegdheid krachtens artikel 107 VWEU overschreden door haar poging het vennootschapbelastingsysteem van Ierland te herzien.
Full & Egal Universal Law Academy