Zaak C-8/17: Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 12 april 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supremo Tribunal de Justiça — Portugal) — Biosafe — Indústria de Reciclagens SA / Flexipiso — Pavimentos SA [Prejudiciële verwijzing — Belasting over de toegevoegde waarde (btw) — Richtlijn 2006/112/EG — Artikelen 63, 167, 168, 178, 179, 180, 182 en 219 — Beginsel van fiscale neutraliteit — Recht op btw-aftrek — Door de nationale wettelijke regeling voorgeschreven termijn om dit recht uit te oefenen — Aftrek van een extra btw-bedrag dat aan de staat is afgedragen en waaromtrent documenten zijn opgesteld om de oorspronkelijke facturen naar aanleiding van een belastingnavordering te corrigeren — Tijdstip waarop de termijn ingaat]
C2002018NL1220120180412NL0015122132
Arrest van het Hof (Zevende kamer) van 12 april 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supremo Tribunal de Justiça — Portugal) — Biosafe — Indústria de Reciclagens SA / Flexipiso — Pavimentos SA
(Zaak C-8/17) ( 1 )
„[Prejudiciële verwijzing — Belasting over de toegevoegde waarde (btw) — Richtlijn 2006/112/EG — Artikelen 63, 167, 168, 178, 179, 180, 182 en 219 — Beginsel van fiscale neutraliteit — Recht op btw-aftrek — Door de nationale wettelijke regeling voorgeschreven termijn om dit recht uit te oefenen — Aftrek van een extra btw-bedrag dat aan de staat is afgedragen en waaromtrent documenten zijn opgesteld om de oorspronkelijke facturen naar aanleiding van een belastingnavordering te corrigeren — Tijdstip waarop de termijn ingaat]”2018/C 200/15Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal de Justiça
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Biosafe — Indústria de Reciclagens SA
Verwerende partij: Flexipiso — Pavimentos SA
Dictum
De artikelen 63, 167, 168, 178, 179, 180, 182 en 219 van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde en het beginsel van fiscale neutraliteit moeten aldus worden uitgelegd dat zij in de weg staan aan een wettelijke regeling van een lidstaat volgens welke in omstandigheden als die aan de orde in het hoofdgeding, waarin naar aanleiding van een belastingnavordering een extra bedrag aan belasting over de toegevoegde waarde (btw) aan de staat is afgedragen, waarvoor verschillende jaren na de levering van de betrokken goederen documenten zijn opgesteld om de oorspronkelijke facturen te corrigeren, het recht op btw-aftrek wordt ontzegd op grond dat de door die wettelijke regeling voorgeschreven termijn om dit recht uit te oefenen was ingegaan bij de uitreiking van die oorspronkelijke facturen en is verstreken.
( 1 ) PB C 95 van 27.3.2017.
Full & Egal Universal Law Academy