27.8.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 301/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 4 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Østre Landsret — Denemarken) — NN A/S / Skatteministeriet
(Zaak C-28/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 49 VWEU - Vennootschapsbelasting - Nationale belastingregeling die de overdracht van verliezen van een op het nationale grondgebied gelegen vaste inrichting van een in een andere lidstaat gevestigde vennootschap aan een ingezeten vennootschap van hetzelfde concern afhankelijk stelt van de voorwaarde dat het niet mogelijk is de verliezen te gebruiken voor een buitenlandse belasting))
(2018/C 301/06)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: NN A/S
Verwerende partij: Skatteministeriet
Dictum
Artikel 49 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het zich in beginsel niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling als die welke in het hoofdgeding aan de orde is, op grond waarvan de ingezeten vennootschappen van een concern de verliezen van een ingezeten vaste inrichting van een niet-ingezeten dochteronderneming van dit concern slechts mogen aftrekken van hun geïntegreerde resultaat indien de regels die van toepassing zijn in de lidstaat waar die dochteronderneming is gevestigd, niet toestaan dat die verliezen worden afgetrokken van het resultaat van deze laatste, wanneer die wettelijke regeling wordt toegepast in samenhang met een verdrag tot het vermijden van dubbele belasting op grond waarvan in die lidstaat de aftrek is toegestaan van de door de dochteronderneming verschuldigde inkomstenbelasting voor een bedrag dat gelijk is aan de inkomstenbelasting die in de lidstaat op het grondgebied waarvan die vaste inrichting is gelegen, is betaald uit hoofde van de activiteiten van deze laatste. Artikel 49 VWEU moet echter aldus worden uitgelegd dat het zich tegen een dergelijke wettelijke regeling verzet indien de toepassing van deze regeling tot gevolg heeft dat dit concern elke daadwerkelijke mogelijkheid wordt ontnomen om de voornoemde verliezen af te trekken van zijn geïntegreerde resultaat, terwijl het onmogelijk is om diezelfde verliezen te verrekenen met het resultaat van de voornoemde dochteronderneming in de lidstaat op het grondgebied waarvan deze dochteronderneming is gevestigd. De verwijzende rechter dient na te gaan of dit laatste het geval is.
(1) PB C 121 van 18.4.2017.
Full & Egal Universal Law Academy