Zaak C-39/17: Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation — Frankrijk) — Lubrizol France SAS / Caisse nationale du Régime social des indépendants (RSI) participations extérieures (Prejudiciële verwijzing — Vrij verkeer van goederen — Artikelen 28 en 30 VWEU — Heffingen van gelijke werking — Artikel 110 VWEU — Binnenlandse belastingen — Sociale solidariteitsbijdrage voor vennootschappen — Belasting — Heffingsgrondslag — Totale jaaromzet van vennootschappen — Richtlijn 2006/112/EG — Artikel 17 — Overbrenging van een goed naar een andere lidstaat — Waarde van het overgebrachte goed — Opneming in de totale jaaromzet)
C2762018NL510120180614NL00075162
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 juni 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation — Frankrijk) — Lubrizol France SAS / Caisse nationale du Régime social des indépendants (RSI) participations extérieures
(Zaak C-39/17) ( 1 )
„(Prejudiciële verwijzing — Vrij verkeer van goederen — Artikelen 28 en 30 VWEU — Heffingen van gelijke werking — Artikel 110 VWEU — Binnenlandse belastingen — Sociale solidariteitsbijdrage voor vennootschappen — Belasting — Heffingsgrondslag — Totale jaaromzet van vennootschappen — Richtlijn 2006/112/EG — Artikel 17 — Overbrenging van een goed naar een andere lidstaat — Waarde van het overgebrachte goed — Opneming in de totale jaaromzet)”2018/C 276/07Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Lubrizol France SAS
Verwerende partij: Caisse nationale du Régime social des indépendants (RSI) participations extérieures
Dictum
De artikelen 28 en 30 VWEU moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een regeling van een lidstaat die bepaalt dat wanneer de jaaromzet van vennootschappen een bepaald bedrag bereikt of overstijgt, er bij de berekening van de grondslag voor de op deze omzet geheven bijdragen rekening wordt gehouden met de representatieve waarde van de goederen die door of voor rekening van een belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden vanuit deze lidstaat naar een andere lidstaat van de Europese Unie worden overgebracht en waarbij deze waarde in aanmerking wordt genomen vanaf het moment van deze overbrenging, terwijl, wanneer diezelfde goederen door of voor rekening van de belastingplichtige voor bedrijfsdoeleinden binnen het grondgebied van de betrokken lidstaat worden overgebracht, de waarde ervan pas in die grondslag wordt opgenomen wanneer zij vervolgens worden verkocht, op voorwaarde dat:
—
ten eerste, de waarde van die goederen niet nogmaals in de betrokken grondslag wordt meegerekend wanneer zij vervolgens in die lidstaat worden verkocht;
—
ten tweede, de waarde van die goederen wordt afgetrokken van de betrokken grondslag wanneer zij niet bestemd zijn om in de andere lidstaat te worden verkocht of wanneer zij worden teruggebracht naar de lidstaat van oorsprong zonder dat zij zijn verkocht, en
—
ten derde, de voordelen die voortvloeien uit de bestemming van de voornoemde bijdragen niet volledig de last compenseren die bij het in de handel brengen ervan drukt op het binnenlandse product dat op de binnenlandse markt wordt verhandeld, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren.
( 1 ) PB C 112 van 10.4.2017.
Full & Egal Universal Law Academy