3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/6
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 26 maart 2019 (verzoeken om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunal Supremo en de Juzgado de Primera Instancia no 1 de Barcelona — Spanje) — Abanca Corporación Bancaria SA/Alberto García Salamanca Santos (C-70/17), Bankia SA/Alfonso Antonio Lau Mendoza, Verónica Yuliana Rodríguez Ramírez (C-179/17)
(Gevoegde zaken C-70/17 en C-179/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Bescherming van de consument - Richtlijn 93/13/EEG - Artikelen 6 en 7 - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - Beding inzake vervroegde opeisbaarheid van de h pothecaire lening - Vaststelling van het deels oneerlijke karakter van het beding - Bevoegdheden van de nationale rechter met betrekking tot een als,oneerlijk’ gekwalificeerd beding - Vervanging van het oneerlijke beding door een bepaling van nationaal recht)
(2019/C 187/07)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo, Juzgado de Primera Instancia no 1 de Barcelona
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Abanca Corporación Bancaria SA (C-70/17), Bankia SA (C-179/17)
Verwerende partijen: Alberto García Salamanca Santos (C-70/17), Alfonso Antonio Lau Mendoza, Verónica Yuliana Rodríguez Ramírez (C-179/17)
Dictum
De artikelen 6 en 7 van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moeten aldus worden uitgelegd dat zij ten eerste eraan in de weg staan dat een als oneerlijk aangemerkt beding inzake vervroegde opeisbaarheid van een hypothecaire lening gedeeltelijk wordt gehandhaafd mits de onderdelen waardoor dat beding oneerlijk is, worden geschrapt, wanneer een dergelijke schrapping neerkomt op een herziening van de inhoud van dat beding, en ten tweede niet eraan in de weg staan dat de nationale rechter de nietigheid van een dergelijk oneerlijk beding verhelpt door dit beding te vervangen door de nieuwe tekst van de wettelijke bepaling waarop dat beding is geïnspireerd en die van toepassing is wanneer de contractanten dit zijn overeengekomen, voor zover de hypothecaire leningsovereenkomst in kwestie niet kan voortbestaan wanneer dat oneerlijke beding wordt geschrapt en de consument door de nietigverklaring van de overeenkomst in haar geheel wordt geconfronteerd met uiterst nadelige consequenties.
(1) PB C 121 van 18.4.2017
PB C 231 van 17.7.2017.
Full & Egal Universal Law Academy