5.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 399/8
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 4 september 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Supremo Tribunal de Justiça — Portugal) — Fundo de Garantia Automóvel / Alina Antónia Destapado Pão Mole Juliana, Cristiana Micaela Caetano Juliana
(Zaak C-80/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Verplichte verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven - Richtlijn 72/166/EEG - Artikel 3, lid 1 - Tweede richtlijn 84/5/EEG - Artikel 1, lid 4 - Verplichting om een verzekeringsovereenkomst te sluiten - Voertuig gestald op een privéterrein - Recht van het schadevergoedingsorgaan om zich te verhalen op de eigenaar van het niet-verzekerde voertuig))
(2018/C 399/09)
Procestaal: Portugees
Verwijzende rechter
Supremo Tribunal de Justiça
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fundo de Garantia Automóvel
Verwerende partijen: Alina Antónia Destapado Pão Mole Juliana, Cristiana Micaela Caetano Juliana
Dictum
1)
Artikel 3, lid 1, van richtlijn 72/166/EEG van de Raad van 24 april 1972 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven en de controle op de verzekering tegen deze aansprakelijkheid, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005, moet aldus worden uitgelegd dat het sluiten van een verzekeringsovereenkomst tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van een motorrijtuig aanleiding kan geven, verplicht is wanneer het voertuig in kwestie nog steeds in een lidstaat is ingeschreven en geschikt is voor de weg, maar de eigenaar, die niet voornemens is er nog mee te rijden, heeft beslist het op een privéterrein te stallen.
2)
Artikel 1, lid 4, van de Tweede richtlijn (84/5/EEG) van de Raad van 30 december 1983 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende de verzekering tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe de deelneming aan het verkeer van motorrijtuigen aanleiding kan geven, zoals gewijzigd bij richtlijn 2005/14/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005, moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die erin voorziet dat het in die bepaling bedoelde orgaan het recht heeft om zich niet alleen te verhalen op degene of degenen die aansprakelijk is of zijn voor het ongeval, maar ook op degene die verplicht was een verzekering te sluiten tegen de wettelijke aansprakelijkheid waartoe aanleiding kan worden gegeven door de deelneming aan het verkeer van het voertuig dat de door dit orgaan vergoede schade heeft veroorzaakt, maar die daarover geen overeenkomst heeft gesloten, zelfs al is die persoon niet wettelijk aansprakelijk voor het ongeval in het kader waarvan de schade is ontstaan.
(1) PB C 144 van 8.5.2017.
Full & Egal Universal Law Academy