12.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 408/16
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 19 september 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Juzgado de Primera Instancia no 5 de Cartagena — Spanje) — Bankia SA / Juan Carlos Marí Merino, Juan Pérez Gavilán, María Concepción Marí Merino
(Zaak C-109/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten - Lening met hypothecaire zekerheid - Hypothecaire executieprocedure - Herwaardering van een onroerende zaak voorafgaand aan een openbare verkoop - Geldigheid van de executoriale titel - Artikel 11 - Passende en doeltreffende middelen tegen oneerlijke handelspraktijken - Verbod voor de nationale rechter om het bestaan van oneerlijke handelspraktijken te beoordelen - Onmogelijkheid om de hypothecaire executieprocedure te schorsen - Artikelen 2 en 10 - Gedragscode - Geen juridisch bindend karakter van deze code))
(2018/C 408/18)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Juzgado de Primera Instancia no 5 de Cartagena
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Bankia SA
Verwerende partijen: Juan Carlos Marí Merino, Juan Pérez Gavilán, María Concepción Marí Merino
Dictum
1)
Artikel 11 van richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling als aan de orde in het hoofdgeding, die de rechter die kennisneemt van de hypothecaire executieprocedure verbiedt de geldigheid van de executoriale titel ambtshalve of op verzoek van een partij te toetsen uit het oogpunt van het bestaan van oneerlijke handelspraktijken en, in ieder geval, de rechter die bevoegd is voor de beslissing ten gronde over het bestaan van deze praktijken verbiedt voorlopige maatregelen te nemen, zoals de schorsing van de hypothecaire executieprocedure.
2)
Artikel 11 van richtlijn 2005/29 moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling die een gedragscode als vermeld in artikel 10 van deze richtlijn geen juridisch bindend karakter verleent.
(1) PB C 161 van 22.5.2017.
Full & Egal Universal Law Academy