1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/9
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 7 augustus 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesverwaltungsgericht — Duitsland) — Nefiye Yön / Landeshauptstadt Stuttgart
(Zaak C-123/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Associatie EEG-Turkije - Besluit nr. 2/76 - Artikel 7 - Standstillbepaling - Verblijfsrecht van de gezinsleden van een Turkse werknemer - Visumplicht voor toegang tot een lidstaat))
(2018/C 352/12)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesverwaltungsgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nefiye Yön
Verwerende partij: Landeshauptstadt Stuttgart
in tegenwoordigheid van: Vertreter des Bundesinteresses beim Bundesverwaltungsgericht
Dictum
Artikel 7 van besluit nr. 2/76 van 20 december 1976, dat is vastgesteld door de Associatieraad die is ingesteld bij de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije, die op 12 september 1963 te Ankara is ondertekend door de Republiek Turkije enerzijds en de lidstaten van de EEG en de Gemeenschap anderzijds, en die namens laatstgenoemde is gesloten, goedgekeurd en bevestigd bij besluit 64/732/EEG van de Raad van 23 december 1963, moet aldus worden uitgelegd dat een maatregel van nationaal recht, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding en is ingevoerd in de periode van 20 december 1976 tot en met 30 november 1980, die de afgifte van een verblijfsvergunning voor gezinshereniging aan staatsburgers van derde landen die gezinslid zijn van een Turkse werknemer die wettig in de betrokken lidstaat verblijft, afhankelijk stelt van de verkrijging door deze staatsburgers, vóór de binnenkomst op het nationale grondgebied, van een visum voor gezinshereniging, een „nieuwe beperking” in de zin van deze bepaling vormt. Een dergelijke maatregel kan niettemin worden gerechtvaardigd door redenen die verband houden met de effectieve immigratiecontrole en het beheer van de migratiestromen, maar is enkel toegestaan indien de regels voor de uitvoering ervan niet verder gaan dan noodzakelijk is om het nagestreefde doel te verwezenlijken. Het staat aan de verwijzende rechter om na te gaan of dit laatste het geval is.
(1) PB C 318 van 25.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy