12.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 408/17
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 26 september 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de rechtbank van eerste aanleg Antwerpen — Koninkrijk België) — Strafzaak tegen Van Gennip BVBA, Antonius Johannes Maria ten Velde, Original BVBA, Antonius Cornelius Ignatius Maria van der Schoot
(Zaak C-137/17) (1)
((„Prejudiciële verwijzing - Richtlijnen 2006/123/EG, 2007/23/EG en 2013/29/EU - In de handel brengen van pyrotechnische artikelen - Vrij verkeer van pyrotechnische artikelen die in overeenstemming zijn met de eisen van deze richtlijnen - Nationale regeling die beperkingen oplegt aan de opslag en de verkoop van deze artikelen - Strafrechtelijke sancties - Regeling waarbij twee vergunningen worden vereist - Richtlijn 98/34/EG - Begrip „technisch voorschrift””))
(2018/C 408/20)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Rechtbank van eerste aanleg Antwerpen
Partijen in het hoofdgeding
Van Gennip BVBA,
Antonius Johannes Maria ten Velde,
Original BVBA,
Antonius Cornelius Ignatius Maria van der Schoot
Dictum
Het beginsel van vrij verkeer van pyrotechnische artikelen zoals neergelegd in met name artikel 6, lid 2, van richtlijn 2007/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 mei 2007 betreffende het in de handel brengen van pyrotechnische artikelen moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die het bezit of het gebruik door en de verkoop aan consumenten van vuurwerk met meer dan 1 kilogram pyrotechnische sas verbiedt, voor zover deze regeling geschikt is om de openbare orde en de openbare veiligheid te waarborgen en niet verder gaat dan nodig is om deze fundamentele belangen te beschermen, hetgeen aan de verwijzende rechter staat om na te gaan.
Artikel 10 van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale regeling als in het hoofdgeding, die voor de opslag van met richtlijn 2007/23 overeenstemmende en voor de kleinhandel bestemde pyrotechnische artikelen twee vergunningen vereist, te weten een federale vergunning voor springstoffen en een gewestelijke milieuvergunning, voor zover aan alle voorwaarden van artikel 10, lid 2, van deze richtlijn is voldaan, hetgeen aan de verwijzende rechter staat om na te gaan.
Artikel 20 van richtlijn 2007/23 en artikel 1, lid 5, van richtlijn 2006/123 moeten aldus worden uitgelegd dat de lidstaten strafrechtelijke sancties kunnen vaststellen, mits deze sancties, wat betreft richtlijn 2007/23, doeltreffend, evenredig en afschrikkend zijn en de nationale strafrechtelijke bepalingen er, wat betreft richtlijn 2006/123, niet toe leiden dat de regels van deze richtlijn worden omzeild.
(1) PB C 178 van 6.6.2017.
Full & Egal Universal Law Academy