17.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/16
Arrest van het Hof (Tweede kamer) van 25 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Supreme Court — Ierland) — Edel Grace, Peter Sweetman / An Bord Pleanala
(Zaak C-164/17) (1)
([Prejudiciële verwijzing - Milieu - Richtlijn 92/43/EEG - Instandhouding van natuurlijke habitats en van wilde flora en fauna - Artikel 6, leden 3 en 4 - Beoordeling van de gevolgen van een plan of project voor een beschermd gebied - Plan of project dat niet direct verband houdt met, of nodig is voor, het beheer van het gebied - Project voor een windmolenpark - Richtlijn 2009/147/EG - Behoud van de vogelstand - Artikel 4 - Speciale beschermingszone (SBZ) - Bijlage I - Blauwe kiekendief (Circus cyaneus) - Geschikte habitat die in de loop der tijd wijzigt - Tijdelijke of permanente afneming van benodigd land - Maatregelen die deel uitmaken van het project om ervoor te zorgen dat de omvang van het gebied dat daadwerkelijk geschikt is om als natuurlijke habitat van de soort te fungeren, gedurende de looptijd van het project niet wordt verminderd of zelfs kan toenemen])
(2018/C 328/19)
Procestaal: Engels
Verwijzende rechter
Supreme Court
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Edel Grace, Peter Sweetman
Verwerende partij: An Bord Pleanala
Dictum
Artikel 6 van richtlijn 92/43/EEG van de Raad van 21 mei 1992 inzake de instandhouding van de natuurlijke habitats en de wilde flora en fauna moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een project zou moeten worden uitgevoerd in een voor de bescherming en het behoud van soorten aangewezen gebied, waarvan de omvang die geschikt is om te voldoen aan de behoeften van een beschermde soort in de loop der tijd wijzigt, en dit project tot gevolg zal hebben dat bepaalde delen van dat gebied tijdelijk of permanent niet langer als geschikte habitat voor de betrokken soort zullen kunnen fungeren, het feit dat dit project maatregelen omvat om ervoor te zorgen dat — na het verrichten van de passende milieueffectbeoordeling van het project en tijdens de duur van het project — het gedeelte van het gebied dat daadwerkelijk als geschikte habitat kan fungeren, niet wordt verkleind en mogelijk zelfs kan worden uitgebreid, niet in aanmerking kan worden genomen bij de krachtens lid 3 van dat artikel te verrichten beoordeling om zich ervan te vergewissen dat het betrokken project de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten, maar in voorkomend geval onder lid 4 van dat artikel valt.
(1) PB C 178 van 6.6.2017.
Full & Egal Universal Law Academy