12.11.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 408/21
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 26 september 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — X, Y / Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
(Zaak C-180/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk beleid inzake asiel en subsidiaire bescherming - Richtlijn 2013/32/EU - Artikel 46 - Richtlijn 2008/115/EG - Artikel 13 - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 18, artikel 19, lid 2, en artikel 47 - Recht op een doeltreffende voorziening in rechte - Beginsel van non-refoulement - Besluit tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming en tot oplegging van een terugkeerverplichting - Nationale regeling die voorziet in rechtspraak in tweede aanleg - Schorsende werking van rechtswege die tot het beroep in eerste aanleg is beperkt))
(2018/C 408/25)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: X, Y
Verwerende partij: Staatssecretaris van Veiligheid en Justitie
Dictum
Artikel 46 van richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming en artikel 13 van richtlijn 2008/115/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 december 2008 over gemeenschappelijke normen en procedures in de lidstaten voor de terugkeer van onderdanen van derde landen die illegaal op hun grondgebied verblijven, gelezen in het licht van artikel 18, artikel 19, lid 2, en artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzetten tegen een nationale regeling die weliswaar voorziet in de mogelijkheid van hoger beroep tegen een uitspraak in eerste aanleg waarbij een besluit tot afwijzing van een verzoek om internationale bescherming en tot oplegging van een terugkeerverplichting wordt bevestigd, maar dit rechtsmiddel niet gepaard laat gaan met schorsende werking van rechtswege, ook al stelt de betrokkene dat er een ernstig risico op schending van het beginsel van non-refoulement bestaat.
(1) PB C 202 van 26.6.2017
Full & Egal Universal Law Academy