14.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 16/10
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 14 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Vrhovno sodišče — Slovenië) — Nova Kreditna Banka Maribor d.d. / Republika Slovenija
(Zaak C-215/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Harmonisatie van wetgevingen - Hergebruik van overheidsinformatie - Richtlijn 2003/98/EG - Artikel 1, lid 2, onder c), derde streepje - Prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen - Verordening (EU) nr. 575/2013 - Openbaarmaking van informatie door kredietinstellingen en beleggingsondernemingen - Artikel 432, lid 2 - Uitzonderingen op de openbaarmakingsverplichting - Commerciële informatie die als gevoelig of vertrouwelijk kan worden aangemerkt - Toepasselijkheid - Kredietinstellingen waarin de staat een meerderheidsbelang heeft - Nationale regeling volgens welke bepaalde commerciële informatie die in het bezit is van deze kredietinstellingen openbaar is))
(2019/C 16/11)
Procestaal: Sloveens
Verwijzende rechter
Vrhovno sodišče
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Nova Kreditna Banka Maribor d.d.
Verwerende partij: Republika Slovenija
Dictum
Artikel 1, lid 2, onder c), derde streepje, van richtlijn 2003/98/EG van het Europees Parlement en de Raad van 17 november 2003 inzake het hergebruik van overheidsinformatie en artikel 432, lid 2, van verordening (EU) nr. 575/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende prudentiële vereisten voor kredietinstellingen en beleggingsondernemingen en tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 moeten aldus worden uitgelegd dat deze regels niet van toepassing zijn op een nationale regeling zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, waarbij een bank die onder de overheersende invloed stond van een publiekrechtelijk lichaam, verplicht wordt informatie openbaar te maken over haar overeenkomsten voor de verlening van consultancy-, advocaten-, auteurs- en andere diensten van intellectuele aard die zij heeft gesloten in de periode waarin zij onder deze overheersende invloed stond, zonder dat enige uitzondering ter bescherming van het bedrijfsgeheim van deze bank is toegestaan, en dus niet in de weg staan aan een dergelijke nationale regeling.
(1) PB C 213 van 3.7.2017.
Full & Egal Universal Law Academy