7.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 4/3
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 24 oktober 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Oberste Gerichtshof — Oostenrijk) — XC, YB, ZA
(Zaak C-234/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Beginselen van het Unierecht - Loyale samenwerking - Procedurele autonomie - Gelijkwaardigheidsbeginsel en doeltreffendheidsbeginsel - Nationale wetgeving die voorziet in een rechtsmiddel dat het mogelijk maakt een strafprocedure over te doen in geval van schending van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden - Verplichting om deze procedure uit te breiden tot gevallen van vermeende schending van de in het Unierecht verankerde grondrechten - Geen)
(2019/C 4/03)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Oberste Gerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: XC, YB, ZA
Verwerende partij: Generalprokuratur
Dictum
Het Unierecht, in het bijzonder de beginselen van gelijkwaardigheid en doeltreffendheid, dient aldus te worden uitgelegd dat de nationale rechter op grond hiervan niet verplicht is om een rechtsmiddel naar nationaal recht waarmee uitsluitend bij schending van het op 4 november 1950 te Rome ondertekende Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden of van een van de protocollen bij dat Verdrag kan worden verkregen dat een strafprocedure die is afgesloten met een in kracht van gewijsde gegane nationale beslissing wordt overgedaan, uit te breiden tot schendingen van het Unierecht, met name tot inbreuken op het grondrecht dat is gewaarborgd in artikel 50 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 54 van de Overeenkomst ter uitvoering van het tussen de regeringen van de staten van de Benelux Economische Unie, de Bondsrepubliek Duitsland en de Franse Republiek op 14 juni 1985 te Schengen gesloten akkoord betreffende de geleidelijke afschaffing van de controles aan de gemeenschappelijke grenzen, die op 19 juni 1990 te Schengen (Luxemburg) is ondertekend en op 26 maart 1995 in werking is getreden.
(1) PB C 239 van 24.7.2017.