21.1.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 25/7
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 21 november 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door de Tribunal Superior de Justicia de Castilla-La Mancha — Spanje) — Pedro Viejobueno Ibáñez, Emilia de la Vara González / Consejería de Educación de Castilla-La Mancha
(Zaak C-245/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 1999/70/EG - Door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Clausule 4 - Non-discriminatiebeginsel - Nationale regeling op grond waarvan arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd kunnen worden beëindigd wanneer de reden voor de aanstelling ophoudt te bestaan - Leraren die in dienst worden genomen voor het schooljaar - Beëindiging van de arbeidsverhouding op de laatste dag van het schooljaar - Organisatie van de arbeidstijd - Richtlijn 2003/88/EG))
(2019/C 25/08)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Superior de Justicia de Castilla-La Mancha
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Pedro Viejobueno Ibáñez, Emilia de la Vara González
Verwerende partij: Consejería de Educación de Castilla-La Mancha
Dictum
1)
Clausule 4, punt 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen als bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan een werkgever op de laatste dag van het schooljaar kan overgaan tot beëindiging van het dienstverband voor bepaalde tijd van leraren die voor één schooljaar zijn aangesteld als ambtenaar in tijdelijke dienst, met als reden voor de beëindiging dat op die datum niet meer is voldaan aan de voorwaarden voor hun aanstelling, te weten noodzakelijkheid en spoedeisendheid, terwijl het dienstverband voor onbepaalde tijd van als ambtenaar in vaste dienst aangestelde leraren wordt voortgezet.
2)
Artikel 7, lid 2, van richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd moet aldus worden uitgelegd dat het niet in de weg staat aan een nationale regeling op grond waarvan op de laatste dag van het schooljaar kan worden overgegaan tot beëindiging van het dienstverband voor bepaalde tijd van leraren die voor één schooljaar zijn aangesteld als ambtenaar in tijdelijke dienst, ook al worden deze leraren daardoor hun dagen jaarlijkse zomervakantie met behoud van loon voor dat schooljaar ontnomen, op voorwaarde dat die leraren daarvoor een financiële vergoeding ontvangen.
(1) PB C 382 van 13.11.2017.
Full & Egal Universal Law Academy