Zaak C-251/17: Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 31 mei 2018 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek (Niet-nakoming door een lidstaat — Opvang en behandeling van stedelijk afvalwater — Richtlijn 91/271/EEG — Artikelen 3, 4 en 10 — Arrest van het Hof waarin een niet-nakoming wordt vastgesteld — Niet-uitvoering — Artikel 260, lid 2, VWEU — Geldboetes — Dwangsom en forfaitaire som)
C2592018NL1120120180531NL0015112122
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 31 mei 2018 — Europese Commissie/Italiaanse Republiek
(Zaak C-251/17) ( 1 )
„(Niet-nakoming door een lidstaat — Opvang en behandeling van stedelijk afvalwater — Richtlijn 91/271/EEG — Artikelen 3, 4 en 10 — Arrest van het Hof waarin een niet-nakoming wordt vastgesteld — Niet-uitvoering — Artikel 260, lid 2, VWEU — Geldboetes — Dwangsom en forfaitaire som)”2018/C 259/15Procestaal: Italiaans
Partijen
Verzoekende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: E. Manhaeve en L. Cimaglia, gemachtigden)
Verwerende partij: Italiaanse Republiek (vertegenwoordigers: G. Palmieri, gemachtigde, bijgestaan door M. Russo en F. De Luca, avvocati dello Stato)
Dictum
1)
Door niet alle maatregelen te hebben genomen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van het arrest van 19 juli 2012, Commissie/Italië (C-565/10, niet gepubliceerd, EU:C:2012:476), is de Italiaanse Republiek de krachtens artikel 260, lid 1, VWEU op haar rustende verplichtingen niet nagekomen.
2)
Voor het geval dat de in punt 1 vastgestelde niet-nakoming nog steeds voortduurt op de dag van uitspraak van het onderhavige arrest, wordt de Italiaanse Republiek veroordeeld tot betaling aan de Europese Commissie van een dwangsom van 30112500 EUR per halfjaarlijkse vertraging bij de tenuitvoerlegging van de maatregelen die noodzakelijk zijn ter nakoming van het arrest van 19 juli 2012, Commissie/Italië (C-565/10, niet gepubliceerd, EU:C:2012:476), vanaf de datum van uitspraak van het onderhavige arrest tot de volledige uitvoering van het arrest van 19 juli 2012, Commissie/Italië (C-565/10, niet gepubliceerd, EU:C:2012:476). Het daadwerkelijke bedrag van de dwangsom moet aan het einde van elk tijdvak van zes maanden worden berekend door op het totale bedrag voor elk van deze tijdvakken een percentage in mindering te brengen dat overeenkomt met het aandeel van het aantal inwonerequivalenten van de agglomeraties waarvan de opvangsystemen voor de behandeling van stedelijk afvalwater aan het einde van de betrokken periode in overeenstemming zijn gebracht met het arrest van 19 juli 2012, Commissie/Italië (C-565/10, niet gepubliceerd, EU:C:2012:476), in verhouding tot het aantal inwonerequivalenten van de agglomeraties die op de dag van uitspraak van het onderhavige arrest niet over dergelijke systemen beschikken.
3)
De Italiaanse Republiek wordt veroordeeld tot betaling aan de Europese Commissie van een forfaitaire som van 25 miljoen EUR.
4)
De Italiaanse Republiek wordt verwezen in de kosten.
( 1 ) PB C 221 van 10.7.2017.
Full & Egal Universal Law Academy