17.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/18
Arrest van het Hof (Vijfde kamer) van 25 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Županijski Sud u Zagrebu — Kroatië) — Europees aanhoudingsbevel dat werd uitgevaardigd tegen AY
(Zaak C-268/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Justitiële samenwerking in strafzaken - Europees aanhoudingsbevel - Kaderbesluit 2002/584/JBZ - Artikel 1, lid 2, artikel 3, punt 2, en artikel 4, punt 3 - Gronden tot weigering van de tenuitvoerlegging - Beëindiging van een strafrechtelijk onderzoek - Beginsel ne bis in idem - Gezochte persoon die in een eerdere procedure betreffende dezelfde feiten getuige was - Uitvaardiging van meerdere Europese aanhoudingsbevelen tegen dezelfde persoon))
(2018/C 328/22)
Procestaal: Kroatisch
Verwijzende rechter
Županijski Sud u Zagrebu
Partij in het hoofdgeding
AY
Dictum
1)
Artikel 1, lid 2, van kaderbesluit 2002/584/JBZ van de Raad van 13 juni 2002 betreffende het Europees aanhoudingsbevel en de procedures van overlevering tussen de lidstaten, zoals gewijzigd bij kaderbesluit 2009/299/JBZ van de Raad van 26 februari 2009, moet aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke autoriteit van de uitvoerende lidstaat verplicht is om ten aanzien van elk Europees aanhoudingsbevel dat haar wordt toegezonden een beslissing te nemen, zelfs wanneer in die lidstaat reeds uitspraak is gedaan over een eerder Europees aanhoudingsbevel dat op dezelfde persoon ziet en op dezelfde feiten betrekking heeft, maar het tweede Europese aanhoudingsbevel slechts is uitgevaardigd omdat de gezochte persoon in de uitvaardigende lidstaat in beschuldiging is gesteld.
2)
Artikel 3, punt 2, en artikel 4, punt 3, van kaderbesluit 2002/584 moeten aldus worden uitgelegd dat een beslissing van het openbaar ministerie, zoals die van de Hongaarse centrale onderzoeksinstantie die in de hoofdzaak aan de orde is, waarbij een einde is gemaakt aan een onderzoek tegen een onbekende dader in het kader waarvan de persoon tegen wie het Europese aanhoudingsbevel is uitgevaardigd slechts als getuige is gehoord, zonder dat tegen deze persoon een strafvervolging is ingesteld en zonder dat dit besluit jegens hem is genomen, niet kan worden ingeroepen om de tenuitvoerlegging van dit Europees aanhoudingsbevel op basis van een van deze bepalingen te weigeren.
(1) PB C 256 van 7.8.2017.