1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/11
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 7 augustus 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Kúria — Hongarije) — Hochtief AG / Budapest Főváros Önkormányzata
(Zaak C-300/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Overheidsopdrachten - Beroepsprocedures - Richtlijn 89/665/EG - Schadevordering - Artikel 2, lid 6 - Nationale regeling die voor de ontvankelijkheid van een schadevordering vereist dat vooraf en definitief is vastgesteld dat het besluit van de aanbestedende dienst waaruit de vermeende schade voortvloeit, onwettig is - Beroep tot nietigverklaring - Voorafgaand beroep bij een arbitragecommissie - Rechterlijk toezicht op de uitspraken van de arbitragecommissie - Nationale regeling volgens welke niet voor de arbitragecommissie aangevoerde middelen niet kunnen worden aangedragen - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 47 - Recht op een doeltreffende voorziening in rechte - Doeltreffendheidsbeginsel en gelijkwaardigheidsbeginsel))
(2018/C 352/14)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Kúria
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Hochtief AG
Verwerende partij: Budapest Főváros Önkormányzata
Dictum
1)
Artikel 2, lid 6, van richtlijn 89/665/EEG van de Raad van 21 december 1989 houdende de coördinatie van de wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende de toepassing van de beroepsprocedures inzake het plaatsen van overheidsopdrachten voor leveringen en voor de uitvoering van werken, zoals gewijzigd bij richtlijn 2014/23/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale procedurele bepaling als in het hoofdgeding, die de mogelijkheid om een burgerlijke rechtsvordering in te stellen in geval van schending van de regels inzake de plaatsing en de gunning van overheidsopdrachten afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de schending definitief is vastgesteld door een arbitragecommissie of, in het kader van het rechterlijke toezicht op de uitspraak van deze arbitragecommissie, door een rechter.
2)
Het Unierecht, inzonderheid artikel 1, leden 1 en 3, van richtlijn 89/665, zoals gewijzigd bij richtlijn 2014/23, gelezen in het licht van artikel 47 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie, moet aldus worden uitgelegd dat het zich in het kader van een schadevordering niet verzet tegen een nationale procedurele bepaling als in het hoofdgeding, die het rechterlijke toezicht op de uitspraken van een arbitragecommissie die in eerste aanleg toezicht moet uitoefenen op de besluiten van de aanbestedende diensten inzake procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten, beperkt tot het onderzoek van enkel de middelen die voor deze commissie zijn aangevoerd.
(1) PB C 269 van 14.8.2017.
Full & Egal Universal Law Academy