11.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 24 januari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Raad van State — Nederland) — Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW) / X, Y en X, Y / Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW)
(Zaak C-326/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 1999/37/EG - Kentekenbewijzen van motorvoertuigen - Weglatingen in de kentekenbewijzen - Wederzijdse erkenning - Richtlijn 2007/46/EG - Voertuigen die zijn gebouwd vóór de harmonisatie van de technische voorschriften op het niveau van de Europese Unie - Wijzigingen die van invloed zijn op de technische kenmerken van het voertuig))
(2019/C 93/11)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Raad van State
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW), X, Y
Verwerende partijen: X, Y, Directie van de Dienst Wegverkeer (RDW)
Dictum
1)
Artikel 2, onder a), van richtlijn 1999/37/EG van de Raad van 29 april 1999 inzake de kentekenbewijzen van motorvoertuigen juncto artikel 3, punten 11 en 13, van richtlijn 2007/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 september 2007 tot vaststelling van een kader voor de goedkeuring van motorvoertuigen en aanhangwagens daarvan en van systemen, onderdelen en technische eenheden die voor dergelijke voertuigen zijn bestemd, moet aldus worden uitgelegd dat richtlijn 1999/37 van toepassing is op kentekenbewijzen die door de lidstaten zijn afgegeven bij de inschrijving van voertuigen die zijn geproduceerd vóór 29 april 2009, de datum waarop de termijn voor omzetting van richtlijn 2007/46 is verstreken.
2)
Artikel 4 van richtlijn 1999/37 juncto artikel 3, lid 2, ervan moet aldus worden uitgelegd dat de autoriteiten van de lidstaat waarin de nieuwe inschrijving van een tweedehandsvoertuig wordt aangevraagd, gerechtigd zijn te weigeren het kentekenbewijs te erkennen dat is afgegeven door de lidstaat waarin dat voertuig eerder was ingeschreven, wanneer bepaalde verplichte gegevens ontbreken, de daarop vermelde gegevens niet overeenkomen met dat voertuig en dit voertuig aan de hand van dit kentekenbewijs niet kan worden geïdentificeerd.
3)
Artikel 24, lid 6, van richtlijn 2007/46 moet aldus worden uitgelegd dat de daarin vervatte regeling niet van toepassing is op een tweedehandsvoertuig dat reeds was ingeschreven in een lidstaat, wanneer dat voertuig op basis van artikel 4 van richtlijn 1999/37 bij de ter zake bevoegde autoriteit van een andere lidstaat wordt aangeboden voor een nieuwe inschrijving ervan. Indien er echter aanwijzingen bestaan dat dit voertuig een gevaar voor de verkeersveiligheid vormt, mag deze autoriteit krachtens artikel 5, onder a), van richtlijn 2009/40/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende de technische controle van motorvoertuigen en aanhangwagens eisen dat dit voertuig vóór inschrijving ervan aan een controle wordt onderworpen.
(1) PB C 293 van 4.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy