11.3.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 93/12
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 16 januari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas — Litouwen) — Procedure ingeleid door „Paysera LT” UAB, voorheen „EVP International” UAB
(Zaak C-389/17) (1)
((„Prejudiciële verwijzing - Toegang tot werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld - Richtlijn 2009/110/EG - Artikel 5, leden 2 en 3 - Regels inzake het eigen vermogen - Vereist eigen vermogen voor de uitoefening van werkzaamheden die verband houden met de uitgifte van elektronisch geld - Begrip „werkzaamheden die verband houden met de uitgifte van elektronisch geld” - Uitgifte van elektronisch geld ten behoeve van de verkoper tegen de nominale waarde van de ontvangen geldmiddelen”))
(2019/C 93/14)
Procestaal: Litouws
Verwijzende rechter
Lietuvos vyriausiasis administracinis teismas
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij:„Paysera LT” UAB, voorheen „EVP International” UAB
In tegenwoordigheid van: Lietuvos bankas
Dictum
Artikel 5, lid 2, van richtlijn 2009/110/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende de toegang tot, de uitoefening van en het prudentieel toezicht op de werkzaamheden van instellingen voor elektronisch geld, tot wijziging van de richtlijnen 2005/60/EG en 2006/48/EG en tot intrekking van richtlijn 2000/46/EG moet aldus worden uitgelegd dat diensten die instellingen voor elektronisch geld in het kader van betalingstransacties verrichten, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde zijn, werkzaamheden zijn die verband houden met de uitgifte van elektronisch geld in de zin van deze bepaling, wanneer deze diensten in het kader van een en dezelfde betalingstransactie de uitgifte of de terugbetaling van elektronisch geld met zich meebrengen.
(1) PB C 309 van 18.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy