9.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/3
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 juli 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Hof van beroep te Antwerpen — België) — Strafzaak tegen Freddy Lucien Magdalena Kirschstein, Thierry Frans Adeline Kirschstein
(Zaak C-393/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 2005/29/EG - Oneerlijke handelspraktijken - Werkingssfeer - Begrip „handelspraktijken” - Richtlijn 2006/123/EG - Diensten op de interne markt - Strafrecht - Vergunningstelsels - Hoger onderwijs - Diploma waarbij de graad van „master” wordt verleend - Verbod om zonder erkenning bepaalde diploma’s af te geven)
(2019/C 305/03)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van beroep te Antwerpen
Partijen in de strafzaak
Freddy Lucien Magdalena Kirschstein, Thierry Frans Adeline Kirschstein
in tegenwoordigheid van: Vlaamse Gemeenschap
Dictum
1)
Richtlijn 2005/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 11 mei 2005 betreffende oneerlijke handelspraktijken van ondernemingen jegens consumenten op de interne markt en tot wijziging van richtlijn 84/450/EEG van de Raad, richtlijnen 97/7/EG, 98/27/EG en 2002/65/EG van het Europees Parlement en de Raad en van verordening (EG) nr. 2006/2004 van het Europees Parlement en de Raad („richtlijn oneerlijke handelspraktijken”), moet aldus worden uitgelegd dat zij niet van toepassing is op een nationale wettelijke regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding die voorziet in de oplegging van strafrechtelijke sancties aan personen die een „master”-diploma uitreiken zonder daartoe vooraf te zijn erkend door de bevoegde autoriteit.
2)
Artikel 1, lid 5, van richtlijn 2006/123/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende diensten op de interne markt, moet aldus worden uitgelegd dat het zich niet verzet tegen een nationale wettelijke regeling als die welke aan de orde is in het hoofdgeding die voorziet in de oplegging van strafrechtelijke sancties aan personen die, zonder daartoe vooraf door de bevoegde autoriteit te zijn erkend, een „master”-diploma uitreiken, mits de voorwaarden voor de afgifte van een vergunning voor het verlenen van dat diploma verenigbaar zijn met artikel 10, lid 2, van deze richtlijn, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren.
(1) PB C 300 van 11.9.2017.