17.9.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 328/20
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 25 juli 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Förvaltningsrätten i Malmö — Zweden) — A / Migrationsverket
(Zaak C-404/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Asielbeleid - Richtlijn 2013/32/EU - Artikel 31, lid 8, en artikel 32, lid 2 - Kennelijk ongegrond verzoek om internationale bescherming - Begrip „veilig land van herkomst” - Geen nationale voorschriften betreffende dit begrip - Verzoekers verklaringen worden betrouwbaar maar ontoereikend geacht, gelet op de afdoende bescherming die door verzoekers land van herkomst wordt geboden))
(2018/C 328/24)
Procestaal: Zweeds
Verwijzende rechter
Förvaltningsrätten i Malmö
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: A
Verwerende partij: Migrationsverket
Dictum
Artikel 31, lid 8, onder b), van richtlijn 2013/32/EU van het Europees Parlement en de Raad van 26 juni 2013 betreffende gemeenschappelijke procedures voor de toekenning en intrekking van de internationale bescherming, gelezen in samenhang met artikel 32, lid 2, van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat op grond van die bepaling een verzoek om internationale bescherming niet als kennelijk ongegrond kan worden beschouwd in een situatie als aan de orde in het hoofdgeding, waarin ten eerste uit de informatie over het land van herkomst van de verzoeker blijkt dat hem daar aanvaardbare bescherming kan worden geboden, en ten tweede deze verzoeker informatie heeft verstrekt die ontoereikend is om de toekenning van internationale bescherming te rechtvaardigen, wanneer de lidstaat waar het verzoek is ingediend geen voorschriften ter omzetting van het begrip „veilig land van herkomst” heeft vastgesteld.
(1) PB C 293 van 4.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy