25.2.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 72/2
Arrest van het Hof (Negende kamer) van 10 januari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) — procedure ingeleid door A Oy
(Zaak C-410/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Richtlijn 2006/112/EG - Artikel 2, lid 1, onder a) en c) - Artikel 14, lid 1 - Artikel 24, lid 1 - Handelingen onder bezwarende titel - Handelingen waarbij de tegenprestatie deels uit diensten of goederen bestaat - Sloopovereenkomst - Overeenkomst inzake koop ter demontage))
(2019/C 72/02)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein hallinto-oikeus
Partij in het hoofdgeding
A Oy
Dictum
1)
Artikel 2, lid 1, onder a) en c), van richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in samenhang met artikel 14, lid 1, en artikel 24, lid 1, van deze richtlijn, moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een dienstverrichter, te weten een slooponderneming, op grond van een sloopovereenkomst sloopwerkzaamheden dient te verrichten en — voor zover het sloopafval metaalschroot bevat — dit metaalschroot kan doorverkopen, die overeenkomst bestaat uit een dienstverrichting onder bezwarende titel, namelijk de sloopwerkzaamheden, en tevens uit een goederenlevering onder bezwarende titel, namelijk de levering van het metaalschroot, indien de afnemer, te weten die onderneming, aan deze levering een waarde toekent die hij in aanmerking neemt wanneer hij zijn prijs voor de sloopwerkzaamheden bepaalt. De levering is evenwel slechts aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen indien zij wordt verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige.
2)
Artikel 2, lid 1, onder a) en c), van richtlijn 2006/112, gelezen in samenhang met artikel 14, lid 1, en artikel 24, lid 1, van deze richtlijn moet aldus worden uitgelegd dat wanneer een koper, te weten een slooponderneming, op grond van een koop-ter-demontageovereenkomst een te demonteren goed koopt en zich op straffe van een contractuele boete ertoe verbindt om dit goed te slopen of demonteren en te verwijderen alsook om het afval binnen een in de overeenkomst bepaalde termijn af te voeren, die overeenkomst bestaat uit een goederenlevering onder bezwarende titel, namelijk de levering van een te demonteren goed. Deze levering is evenwel slechts aan de belasting over de toegevoegde waarde onderworpen indien zij wordt verricht door een als zodanig handelende belastingplichtige, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren. Voor zover de koper het goed moet slopen of demonteren en verwijderen en het afval moet afvoeren, en hij hiermee specifiek aan de behoeften van de verkoper beantwoordt, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren, bestaat die overeenkomst tevens uit een dienst onder bezwarende titel, namelijk de sloop- of demontage- en afvoeringswerkzaamheden, indien de koper daaraan een waarde toekent die hij als prijsverlagende factor in aanmerking neemt voor de vaststelling van de door hem voor het te demonteren goed geboden koopprijs, waarbij het aan de verwijzende rechter staat om dit te verifiëren.
(1) PB C 300 van 11.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy