8.4.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 131/6
Arrest van het Hof (Zesde kamer) van 14 februari 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Gerechtshof Den Haag — Nederland) — Staat der Nederlanden/Warner-Lambert Company LLC
(Zaak C-423/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Geneesmiddelen voor menselijk gebruik - Richtlijn 2001/83/EG - Artikel 11 - Generieke geneesmiddelen - Samenvatting van de productkenmerken - Niet-vermelding van kenmerken die verwijzen naar indicaties of doseringsvormen die nog onder het octrooirecht vielen op het tijdstip waarop een generiek geneesmiddel op de markt werd gebracht)
(2019/C 131/07)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Gerechtshof Den Haag
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Staat der Nederlanden
Verwerende partij: Warner-Lambert Company LLC
Dictum
Artikel 11, tweede alinea, van richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik, zoals gewijzigd bij richtlijn 2012/26/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 oktober 2012, moet aldus worden uitgelegd dat in een procedure voor het verkrijgen van een vergunning voor het in de handel brengen, zoals die welke in het hoofdgeding aan de orde is, de door de aanvrager of houder van een vergunning voor het in de handel brengen van een generiek geneesmiddel aan de bevoegde nationale autoriteit gedane mededeling van de bijsluiter of een samenvatting van de productkenmerken van dat geneesmiddel waarin geen melding wordt gemaakt van indicaties of doseringsvormen die nog onder het octrooirecht vielen op het tijdstip waarop het geneesmiddel op de markt werd gebracht, een verzoek tot beperking van de reikwijdte van de vergunning voor het in de handel brengen van het generieke geneesmiddel in kwestie vormt.
(1) PB C 318 van 25.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy