1.10.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 352/12
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 7 augustus 2018 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tartu Halduskohus — Estland) — Argo Kalda Mardi talu/Põllumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet (PRIA)
(Zaak C-435/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Gemeenschappelijk landbouwbeleid - Rechtstreekse betalingen - Verordening (EU) nr. 1306/2013 - Artikelen 93 en 94 - Bijlage II - Randvoorwaarden - Landbouw- en milieuconditie - Minimumvereisten - Toepassing door een lidstaat - Verplichting om grafmonumenten te behouden - Omvang))
(2018/C 352/16)
Procestaal: Ests
Verwijzende rechter
Tartu Halduskohus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Argo Kalda Mardi talu
Verwerende partij: Põllumajanduse Registrite ja Informatsiooni Amet (PRIA)
Dictum
1)
Artikel 93, lid 1, artikel 94 en bijlage II bij verordening (EU) nr. 1306/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 inzake de financiering, het beheer en de monitoring van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 352/78, (EG) nr. 165/94, (EG) nr. 2799/98, (EG) nr. 814/2000, (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 485/2008 van de Raad, moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich er niet tegen verzetten dat een lidstaat als een van de in bijlage II bedoelde normen voor een goede landbouw- en milieuconditie voorschrijft dat steengraven die zich op een landbouwareaal bevinden, behouden moeten worden en de verplaatsing ervan een schending van die norm oplevert en dus gepaard gaat met een verlaging van de betalingen aan de betrokken landbouwer.
2)
Artikel 72, lid 1, onder a), artikel 91, leden 1 en 2, artikel 93, lid 1, en artikel 94 van verordening nr. 1306/2013, alsook artikel 4, lid 1, onder b), c) en e), van verordening (EU) nr. 1307/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 17 december 2013 tot vaststelling van voorschriften voor rechtstreekse betalingen aan landbouwers in het kader van de steunregelingen van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en tot intrekking van verordening (EG) nr. 637/2008 van de Raad en verordening (EG) nr. 73/2009 van de Raad, moeten aldus worden uitgelegd dat de verplichtingen met betrekking tot de goede landbouw- en milieuconditie die zijn opgelegd bij verordening nr. 1306/2013 moeten worden nagekomen op het hele landbouwbedrijf en niet slechts op het landbouwareaal waarvoor concreet om een betaling is verzocht.
(1) PB C 338 van 9.10.2017.
Full & Egal Universal Law Academy