8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 mei 2019 — Landeskreditbank Baden-Württemberg — Förderbank/Europese Centrale Bank, Europese Commissie
(Zaak C-450/17 P) (1)
(Hogere voorziening - Economisch en monetair beleid - Verordening (EU) nr. 1024/2013 - Artikel 6, lid 4 - Verordening (EU) nr. 468/2014 - Artikel 70, lid 1 - Prudentieel toezicht op kredietinstellingen - Taken opgedragen aan de Europese Centrale Bank (ECB) - Gemeenschappelijk Toezichtsmechanisme - Uitoefening van deze taken door de nationale bevoegde autoriteiten - „Minder belangrijke” kredietinstelling - „Bijzondere omstandigheden” ter rechtvaardiging van de indeling van een kredietinstelling als „minder belangrijk”)
(2019/C 230/05)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: Landeskreditbank Baden-Württemberg — Förderbank (vertegenwoordigers: A. Glos, T. Lübbig en M. Benzing, Rechtsanwälte)
Andere partijen in de procedure: Europese Centrale Bank (ECB) (vertegenwoordigers: E. Koupepidou en R. Bax, gemachtigden, bijgestaan door H.-G. Kamann, Rechtsanwalt), Europese Commissie (vertegenwoordigers: W. Mölls en K.-Ph. Wojcik, gemachtigden)
Dictum
1)
De hogere voorziening wordt afgewezen.
2)
Landeskreditbank Baden-Württemberg — Förderbank wordt verwezen in de kosten.
(1) PB C 293 van 4.9.2017.
Full & Egal Universal Law Academy