8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/5
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Corte di Appello di Trento — Italië) — Ministero dell’Istruzione, dell’Università e della Ricerca — MIUR/Fabio Rossato, Conservatorio di Musica F. A. Bonporti
(Zaak C-494/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociale politiek - Arbeid voor bepaalde tijd - Met een werkgever uit de publieke sector gesloten overeenkomsten - Maatregelen ter bestraffing van misbruik van arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd - Omzetting van de arbeidsverhouding in een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd - Beperking van de terugwerkende kracht van de omzetting - Geen financiële schadeloosstelling)
(2019/C 230/06)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Corte di Appello di Trento
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ministero dell’Istruzione, dell’Università e della Ricerca — MIUR
Verwerende partijen: Fabio Rossato, Conservatorio di Musica F. A. Bonporti
Dictum
Clausule 5, punt 1, van de op 18 maart 1999 gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, die is opgenomen in de bijlage bij richtlijn 1999/70/EG van de Raad van 28 juni 1999 betreffende de door het EVV, de Unice en het CEEP gesloten raamovereenkomst inzake arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, moet aldus worden uitgelegd dat zij niet in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die, zoals zij door de hoogste nationale rechterlijke instanties wordt toegepast, docenten uit de publieke sector van wie de arbeidsverhouding voor bepaalde tijd met beperkte terugwerkende kracht is omgezet in een arbeidsverhouding voor onbepaalde tijd, volstrekt uitsluit van het recht op financiële schadeloosstelling wegens misbruik van opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd, wanneer die omzetting niet onzeker, onvoorzienbaar of toevallig is en de beperkte inaanmerkingneming van de op basis van die opeenvolgende arbeidsovereenkomsten voor bepaalde tijd opgebouwde anciënniteit een evenredige maatregel vormt om dat misbruik te bestraffen, wat door de verwijzende rechter moet worden onderzocht.
(1) PB C 374 van 6.11.2017.
Full & Egal Universal Law Academy