23.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 319/7
Arrest van het Hof (Grote kamer) van 29 juli 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundesgerichtshof — Duitsland) — Spiegel Online GmbH/Volker Beck
(Zaak C-516/17) (1)
(„Prejudiciële verwijzing - Auteursrecht en naburige rechten - Richtlijn 2001/29/EG - Informatiemaatschappij - Harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten - Artikel 5, lid 3 - Beperkingen en restricties - Draagwijdte - Artikel 5, lid 3, onder c) en d) - Verslagen van actuele gebeurtenissen - Citaten - Gebruik van hyperlinks - Op geoorloofde wijze voor het publiek beschikbaar stellen - Handvest van de grondrechten van de Europese Unie - Artikel 11 - Vrijheid van meningsuiting en van informatie”)
(2019/C 319/06)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundesgerichtshof
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Spiegel Online GmbH
Verwerende partij: Volker Beck
Dictum
1)
Artikel 5, lid 3, onder c), tweede geval, en onder d), van richtlijn 2001/29/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 mei 2001 betreffende de harmonisatie van bepaalde aspecten van het auteursrecht en de naburige rechten in de informatiemaatschappij moet aldus worden uitgelegd dat het geen volledige harmonisatie van de draagwijdte van de daarin vervatte beperkingen of restricties tot stand brengt.
2)
De in artikel 11 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie neergelegde informatievrijheid en persvrijheid kunnen geen rechtvaardiging bieden voor niet onder de in artikel 5, leden 2 en 3, van richtlijn 2001/29 bedoelde beperkingen en restricties vallende afwijkingen van het uitsluitende reproductierecht van auteurs en het uitsluitende recht van mededeling van hun werken aan het publiek, zoals deze rechten respectievelijk in artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, van die richtlijn zijn vastgelegd.
3)
De nationale rechter moet zich bij de belangenafweging die hij aan de hand van alle omstandigheden van het betrokken geval dient te maken tussen enerzijds de in artikel 2, onder a), en artikel 3, lid 1, van richtlijn 2001/29 bedoelde uitsluitende rechten van de auteur en anderzijds de in de uitzonderingsbepalingen van artikel 5, lid 3, onder c), tweede geval, en onder d), van deze richtlijn bedoelde rechten van de gebruikers van beschermd materiaal, baseren op een uitlegging van deze bepalingen die, met volledige inachtneming van de bewoordingen en behoud van de nuttige werking ervan, volkomen in overeenstemming is met de door het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie gewaarborgde fundamentele rechten.
4)
Artikel 5, lid 3, onder c), tweede geval, van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale regeling die de toepassing van de in dit artikel bedoelde beperking of restrictie beperkt tot situaties waarin het niet redelijkerwijs mogelijk is om vooraf te verzoeken om toestemming voor het gebruik van een beschermd werk met het oog op de verslaggeving over actuele gebeurtenissen.
5)
Artikel 5, lid 3, onder d), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat een verwijzing door middel van een hyperlink naar een bestand dat afzonderlijk kan worden geraadpleegd, onder het in deze bepaling gebruikte begrip „citeren” valt.
6)
Artikel 5, lid 3, onder d), van richtlijn 2001/29 moet aldus worden uitgelegd dat een werk wordt geacht reeds op geoorloofde wijze voor het publiek beschikbaar te zijn gesteld, wanneer het in de betrokken specifieke vorm reeds met toestemming van de rechthebbende of op grond van een gedwongen of wettelijke licentie voor het publiek toegankelijk is gemaakt.
(1) PB C 392 van 20.11.2017.