17.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 206/4
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 4 april 2019 — OZ/Europese Investeringsbank (EIB)
(Zaak C-558/17 P) (1)
(Hogere voorziening - Openbare dienst - Personeel van de Europese Investeringsbank (EIB) - Seksuele intimidatie - Onderzoek in het kader van het „Dignity at work”-programma - Afwijzing van een klacht wegens intimidatie - Verzoek tot nietigverklaring van het besluit van de president van de EIB tot afwijzing van de klacht - Vergoeding van de schade)
(2019/C 206/05)
Procestaal: Engels
Partijen
Rekwirante: OZ (vertegenwoordiger: B. Maréchal, avocat)
Andere partij in de procedure: Europese Investeringsbank (vertegenwoordigers: K. Carr en G. Faedo, gemachtigden, bijgestaan door A. Dal Ferro, avvocato)
Dictum
1)
Het arrest van het Gerecht van de Europese Unie van 13 juli 2017, OZ/EIB (T-607/16, niet gepubliceerd, EU:T:2017:495), wordt vernietigd voor zover daarbij de schadevordering van OZ, die is gebaseerd op de aansprakelijkheid van de Europese Investeringsbank (EIB) voor beweerde onregelmatigheden tijdens de onderzoeksprocedure, waaronder schending van haar recht op een billijke behandeling van haar zaak, alsook haar vordering tot nietigverklaring zijn afgewezen.
2)
De hogere voorziening wordt afgewezen voor het overige.
3)
Het besluit van de president van de Europese Investeringsbank van 16 oktober 2015 om geen gevolg te geven aan de door OZ ingediende klacht wegens seksuele intimidatie, wordt nietig verklaard.
4)
Het beroep wordt verworpen voor het overige.
5)
De Europese Investeringsbank wordt verwezen in haar eigen kosten alsook in die van OZ, zowel voor de procedure in eerste aanleg als in hogere voorziening.
(1) PB C 437 van 18.12.2017.
Full & Egal Universal Law Academy