3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/20
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 27 maart 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Korkein hallinto-oikeus — Finland) –Procedure ingeleid door Oy Hartwall Ab
(Zaak C-578/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Harmonisatie van de wetgevingen - Merken - Richtlijn 2008/95/EG - Artikel 2 en artikel 3, lid 1, onder b) - Weigering van inschrijving of nietigheid - Beoordeling van het onderscheidend vermogen in concreto - Kwalificatie van een merk - Invloed - Kleurmerk of beeldmerk - Grafische voorstelling van een merk in de vorm van een afbeelding - Voorwaarden voor inschrijving - Onvoldoende duidelijke en nauwkeurige grafische voorstelling)
(2019/C 187/22)
Procestaal: Fins
Verwijzende rechter
Korkein hallinto-oikeus
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Oy Hartwall Ab
in tegenwoordigheid van: Patentti- ja rekisterihallitus
Dictum
1)
Artikel 2 en artikel 3, lid 1, onder b), van richtlijn 2008/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten moeten aldus worden uitgelegd dat de door de aanvrager bij inschrijving aan een teken gegeven kwalificatie als „kleurmerk” of „beeldmerk” een van de relevante elementen vormt voor de beoordeling of dit teken een merk kan vormen in de zin van artikel 2 van deze richtlijn en of, in voorkomend geval, dit teken onderscheidend vermogen heeft in de zin van artikel 3, lid 1, onder b), van deze richtlijn, maar dat deze kwalificatie de bevoegde merkenrechtelijke autoriteit niet ontheft van haar verplichting om over te gaan tot een concrete en globale analyse van het onderscheidend vermogen van het betrokken merk, hetgeen betekent dat die autoriteit de inschrijving van een teken als merk niet kan weigeren op de loutere grond dat dit teken geen onderscheidend vermogen heeft verkregen door het gebruik dat ervan is gemaakt voor de geclaimde waren of diensten.
2)
Artikel 2 van richtlijn 2008/95 moet aldus worden uitgelegd dat het in omstandigheden als die in het hoofdgeding in de weg staat aan de inschrijving van een teken als merk wegens het bestaan van een tegenstrijdigheid in de inschrijvingsaanvraag, hetgeen de verwijzende rechter dient na te gaan.
(1) PB C 412 van 4.12.2017.
Full & Egal Universal Law Academy