3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/21
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 21 maart 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Cour de cassation — Frankrijk) — Henri Pouvin, Marie Dijoux, echtgenote Pouvin/Electricité de France (EDF)
(Zaak C-590/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Richtlijn 93/13/EEG - Werkingssfeer - Artikel 2, onder b) en c) - Begrippen „consument” en „verkoper” - Financiering voor het verwerven van een hoofdverblijf - Vastgoedlening toegekend door een werkgever aan zijn werknemer en diens echtgenoot of echtgenote, hoofdelijk verbonden medekredietnemer)
(2019/C 187/23)
Procestaal: Frans
Verwijzende rechter
Cour de cassation
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partijen: Henri Pouvin, Marie Dijoux, echtgenote Pouvin
Verwerende partij: Electricité de France (EDF)
Dictum
Artikel 2, onder b), van richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten moet aldus worden uitgelegd dat de werknemer van een onderneming en zijn echtgenoot of echtgenote die met die onderneming een primair aan het personeel van die onderneming voorbehouden kredietovereenkomst sluiten ter financiering van de aankoop van een onroerend goed voor privédoeleinden, moeten worden aangemerkt als „consument” in de zin van die bepaling.
Artikel 2, onder c), van richtlijn 93/13 moet aldus worden uitgelegd dat deze onderneming als een „verkoper” in de zin van die bepaling moet worden beschouwd wanneer zij een dergelijke kredietovereenkomst in het kader van haar beroepsactiviteit sluit, zelfs indien het verlenen van kredieten niet haar hoofdactiviteit vormt.
(1) PB C 437 van 18.12.2017.
Full & Egal Universal Law Academy