1.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 220/4
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 2 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo — Spanje) — Fundación Consejo Regulador de la Denominación de Origen Protegida Queso Manchego/Industrial Quesera Cuquerella SL, Juan Ramón Cuquerella Montagud
(Zaak C-614/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Landbouw - Verordening (EG) nr. 510/2006 - Artikel 13, lid 1, onder b) - Bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen - Manchego-kaas („queso manchego”) - Gebruik van tekens die een voorstelling van de aan de beschermde oorsprongsbenaming (BOB) verbonden regio kunnen oproepen - Begrip „normaal geïnformeerde en redelijk oplettende gemiddelde consument” - Europese consumenten of consumenten van de lidstaat waar het product met de BOB wordt vervaardigd en hoofdzakelijk wordt geconsumeerd)
(2019/C 220/05)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Fundación Consejo Regulador de la Denominación de Origen Protegida Queso Manchego
Verwerende partij: Industrial Quesera Cuquerella SL, Juan Ramón Cuquerella Montagud
Dictum
1)
Artikel 13, lid 1, onder b), van verordening (EG) nr. 510/2006 van de Raad van 20 maart 2006 inzake de bescherming van geografische aanduidingen en oorsprongsbenamingen van landbouwproducten en levensmiddelen moet aldus worden uitgelegd dat het gebruik van beeldtekens een voorstelling van een geregistreerde benaming kan oproepen.
2)
Artikel 13, lid 1, onder b), van verordening nr. 510/2006 moet aldus worden uitgelegd dat het gebruik van beeldtekens die een voorstelling oproepen van het geografische gebied waarmee een in artikel 2, lid 1, onder a), van die verordening bedoelde oorsprongsbenaming verband houdt, een voorstelling van die BOB kan oproepen, ook wanneer die beeldtekens worden gebruikt door een producent die in die regio is gevestigd, maar wiens producten, die identiek zijn aan of vergelijkbaar zijn met de door deze oorsprongsbenaming beschermde producten, niet onder die BOB vallen.
3)
Het begrip „normaal geïnformeerde en redelijk omzichtige en oplettende gemiddelde consument”, van wiens waarneming de nationale rechter moet uitgaan om te bepalen of er sprake is van een „voorstelling” als bedoeld in artikel 13, lid 1, onder b), van verordening nr. 510/2006, dient in die zin te worden opgevat dat het ziet op de Europese consument, met inbegrip van de consument van de lidstaat waar het product dat de voorstelling van de beschermde benaming oproept, wordt vervaardigd of waarmee die benaming geografisch verbonden is en waar het product hoofdzakelijk wordt geconsumeerd.
(1) PB C 42 van 5.2.2018.
Full & Egal Universal Law Academy