5.8.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 263/7
Arrest van het Hof (Derde kamer) van 13 juni 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Areios Pagos — Griekenland) — Ellinika Nafpigeia AE/Panagiotis Anagnostopoulos e.a.
(Zaak C-664/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Sociaal beleid - Richtlijn 2001/23/EG - Werkingssfeer - Overgang van een deel van een onderneming - Behoud van de rechten van de werknemers - Begrip „overgang” - Begrip „economische eenheid” - Overdracht van een deel van de economische activiteiten van een moedermaatschappij aan een nieuw opgerichte dochteronderneming - Identiteit - Autonomie - Voortzetting van een economische activiteit - Criterium van de duurzaamheid van de voortzetting van de economische activiteit - Beroep op productiefactoren van derden - Voornemen om de overgegane eenheid te vereffenen)
(2019/C 263/08)
Procestaal: Grieks
Verwijzende rechter
Areios Pagos
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Ellinika Nafpigeia AE
Verwerende partijen: Panagiotis Anagnostopoulos e.a.
In tegenwoordigheid van: Syllogos Ergazomenon Nafpigeion Skaramagka, I TRIAINA, Panellinia Omospondia Ergatoÿpallilon Metallou (POEM), Geniki Synomospondia Ergaton Ellados (GSEE)
Dictum
Richtlijn 2001/23/EG van de Raad van 12 maart 2001 inzake de onderlinge aanpassing van de wetgevingen der lidstaten betreffende het behoud van de rechten van de werknemers bij overgang van ondernemingen, vestigingen of onderdelen van ondernemingen of vestigingen, met name artikel 1, lid 1, onder a) en b), ervan, moet aldus worden uitgelegd dat deze richtlijn van toepassing is op de overgang van een productie-eenheid wanneer de vervreemder of de verkrijger of beiden samen niet alleen het voortzetten door de verkrijger van de activiteit van de vervreemder beogen, maar tevens de toekomstige verdwijning van de verkrijger zelf in het kader van een liquidatie, en voorts de betrokken eenheid niet volledig autonoom is aangezien zij niet de mogelijkheid heeft om haar economisch doel te bereiken zonder een beroep te doen op de productiefactoren van derden, mits, hetgeen door de verwijzende rechter dient te worden nagegaan, ten eerste het algemene Unierechtelijke beginsel dat de vervreemder en de verkrijger niet mogen trachten op frauduleuze en onrechtmatige wijze de voordelen te verkrijgen die voor hen uit richtlijn 2001/23 zouden kunnen voortvloeien, in acht wordt genomen, en ten tweede de betrokken productie-eenheid over voldoende garanties beschikt dat zij toegang heeft tot de productiefactoren van een derde en zij dus niet afhankelijk is van de economische keuzen die deze derde eenzijdig maakt.
(1) PB C 32 van 29.1.2018
Full & Egal Universal Law Academy