8.7.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 230/10
Arrest van het Hof (Eerste kamer) van 8 mei 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Commissione tributaria regionale di Lombardia — Italië) — EN.SA. Srl/Agenzia delle Entrate — Direzione Regionale Lombardia Ufficio Contenzioso
(Zaak C-712/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Belasting over de toegevoegde waarde (btw) - Fictieve transacties - Geen belastingaftrek mogelijk - Verplichting, voor de opsteller van een factuur, om de daarop vermelde btw te betalen - Bedrag van de geldboete gelijk aan dat van de ten onrechte afgetrokken btw - Verenigbaarheid met de beginselen van neutraliteit van de btw en van evenredigheid)
(2019/C 230/11)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Commissione tributaria regionale di Lombardia
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: EN.SA. Srl
Verwerende partij: Agenzia delle Entrate — Direzione Regionale Lombardia Ufficio Contenzioso
Dictum
1)
In een situatie zoals die in het hoofdgeding, waarin de fictieve verkoop van elektriciteit die in cirkelbewegingen tussen dezelfde marktdeelnemers en voor dezelfde bedragen heeft plaatsgevonden en niet tot een verlies aan belastinginkomsten heeft geleid, moet richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde, gelezen in het licht van de beginselen van neutraliteit en evenredigheid, aldus worden uitgelegd dat zij zich niet verzet tegen een nationale regeling die de aftrek van btw in verband met fictieve transacties uitsluit doch de personen die de btw op een factuur vermelden wel verplicht deze te betalen, daaronder begrepen voor een fictieve transactie, op voorwaarde dat het nationale recht de mogelijkheid biedt om de uit die verplichting volgende belastingschuld te herzien wanneer de opsteller van de factuur, die niet te goeder trouw was, tijdig het gevaar voor verlies aan belastinginkomsten geheel heeft uitgeschakeld, hetgeen de verwijzende rechter moet nagaan.
2)
De beginselen van evenredigheid en neutraliteit van de btw moeten aldus worden uitgelegd dat zij zich in een situatie zoals in het hoofdgeding aan de orde is, verzetten tegen een regel van nationaal recht op grond waarvan de onrechtmatige aftrek van btw wordt bestraft met een geldboete die gelijk is aan het bedrag van de toegepaste aftrek.
(1) PB C 112 van 26.3.2018.
Full & Egal Universal Law Academy