9.9.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 305/9
Arrest van het Hof (Vierde kamer) van 11 juli 2019 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Østre Landsret — Denemarken) — procedure ingeleid door A
(Zaak C-716/17) (1)
(Prejudiciële verwijzing - Vrij verkeer van werknemers - Beperkingen - Inleiding van een schuldsaneringsprocedure - Woonplaatsvereiste - Toelaatbaarheid - Artikel 45 VWEU - Rechtstreekse werking)
(2019/C 305/11)
Procestaal: Deens
Verwijzende rechter
Østre Landsret
Partij in het hoofdgeding
A
Dictum
1)
Artikel 45 VWEU dient aldus te worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een in de regeling van een lidstaat opgenomen regel inzake rechterlijke bevoegdheid, zoals die welke aan de orde is in het hoofdgeding, die de toekenning van een schuldsaneringsmaatregel onderwerpt aan de voorwaarde dat de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft in die lidstaat.
2)
Artikel 45 VWEU moet aldus worden uitgelegd dat het van de nationale rechter verlangt dat hij het in een nationale regel inzake rechterlijke bevoegdheid opgenomen woonplaatsvereiste, zoals het in het hoofdgeding aan de orde zijnde woonplaatsvereiste, buiten toepassing laat, ongeacht of de procedure van schuldsanering waarin deze regeling tevens voorziet, er eventueel toe leidt dat schuldvorderingen die particulieren op grond van deze regeling hebben, worden aangetast.
(1) PB C 83 van 5.3.2018.