29.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 32/8
Beschikking van het Hof (Zevende kamer) van 21 november 2017 (verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Budai Központi Kerületi Bíróság — Hongarije) — VE / WD
(Zaak C-232/17) (1)
((Prejudiciële verwijzing - Artikel 53, lid 2, en artikel 94 van het Reglement voor de procesvoering van het Hof - Consumentenbescherming - Richtlijn 93/13/EEG - Oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten - In vreemde valuta luidende kredietovereenkomst - Onvoldoende precisering van de feitelijke en juridische context van het hoofdgeding en van de redenen waarom een antwoord op de prejudiciële vragen noodzakelijk is - Kennelijke niet-ontvankelijkheid))
(2018/C 032/11)
Procestaal: Hongaars
Verwijzende rechter
Budai Központi Kerületi Bíróság
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: VE
Verwerende partij: WD
Dictum
Het bij beslissing van 10 april 2017 door de Budai Központi Kerületi Bíróság (rechter in eerste aanleg voor het centrum van Boeda, Hongarije) ingediende verzoek om een prejudiciële beslissing is kennelijk niet-ontvankelijk.
(1) PB C 256 van 7.8.2017.