15.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 151/19
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 23 februari 2017 — Rafael Ramón Escobedo Cortés/Banco de Sabadell, S.A.
(Zaak C-94/17)
(2017/C 151/25)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Eiser tot cassatie: Rafael Ramón Escobedo Cortés
Verweerster in cassatie: Banco de Sabadell, S.A.
Prejudiciële vragen
1)
Verzetten artikel 3, gelezen in samenhang met punt 1, onder e), van de bijlage, en artikel 4, lid 1, van richtlijn 93/13 (1) zich tegen rechtspraak volgens welke bij het in een leningsovereenkomst opgenomen vertragingsrentebeding in de vorm van een verhoging van de in de overeenkomst vastgelegde normale jaarrente met meer dan 2 % sprake is van een onevenredig hoge schadevergoeding die wordt opgelegd aan de consument die een betalingsachterstand oploopt, en daarmee van een oneerlijk beding?
2)
Verzetten artikel 3, gelezen in samenhang met punt 1, onder e), van de bijlage, artikel 4, lid 1, artikel 6, lid 1, en artikel 7, lid 1, van richtlijn 93/13 zich tegen rechtspraak volgens welke bij de toetsing of een in een leningsovereenkomst opgenomen vertragingsrentebeding oneerlijk is, moet worden nagegaan of bij de verhoging die de vertragingsrente inhoudt ten opzichte van de normale rente, sprake is van een „onevenredig hoge schadevergoeding die wordt opgelegd aan de consument die zijn verbintenissen niet nakomt”, en de vaststelling dat het beding oneerlijk is tot gevolg heeft dat die verhoging geheel wordt geschrapt en dus alleen nog normale rente verschuldigd is totdat de lening is afgelost?
3)
Indien de tweede vraag bevestigend wordt beantwoord: wil sprake zijn van verenigbaarheid met richtlijn 93/13, dient de vaststelling dat een vertragingsrentebeding nietig is omdat het oneerlijk is, dan andere gevolgen te hebben, zoals het geheel schrappen van de normale en de vertragingsrente wanneer een leningnemer zich niet houdt aan zijn verplichting om binnen de in de overeenkomst genoemde termijnen de kosten van de lening te betalen, of het verschuldigd zijn van de wettelijke rente?
(1) Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten (PB 1993, L 95, blz. 29).