22.5.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 161/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing, ingediend door het Hof van beroep te Brussel (België) op 13 maart 2017 — Mitsubishi Shoji Kaisha Ltd, Mitsubishi Caterpillar Forklift Europe BV tegen Duma Forklifts NV, G.S. International BVBA
(Zaak C-129/17)
(2017/C 161/17)
Procestaal: Nederlands
Verwijzende rechter
Hof van beroep te Brussel
Partijen in het hoofdgeding
Verzoeksters: Mitsubishi Shoji Kaisha Ltd, Mitsubishi Caterpillar Forklift Europe BV
Verweersters: Duma Forklifts NV, G.S. International BVBA
Prejudiciële vragen
1)
A.
Omvatten artikel 5 van richtlijn 2008/95/EG (1) en artikel 9 van verordening (EG) nr. 207/2009 (2) van de Raad van 26 februari 2009 inzake het Gemeenschapsmerk (Gecodificeerde versie), het recht voor de merkhouder om zich te verzetten tegen de verwijdering, door een derde, zonder de toestemming van de merkhouder, van alle op de waren aangebrachte aan de merken gelijke tekens (debranding), wanneer het gaat om nooit eerder in de Europese Economische Ruimte verhandelde waren, zoals waren geplaatst onder douane-entrepot, en wanneer de verwijdering door die derde geschiedt met het oog op de invoer of in de handel brengen van die waren in de Europese Economische Ruimte?
B.
Maakt het een verschil uit voor de beantwoording van de voormelde vraag A. of de invoer of het in de handel brengen in de Europese Economische Ruimte van die waren geschiedt onder een eigen onderscheidingsteken aangebracht door die derde (rebranding)?
2)
Maakt het voor de beantwoording van de eerste vraag een verschil indien de aldus ingevoerde of in de handel gebrachte waren, naar hun uiterlijke verschijning of model door de relevante gemiddelde consument nog steeds worden geïdentificeerd als afkomstig van de merkhouder?
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 22 oktober 2008 betreffende de aanpassing van het merkenrecht der lidstaten (Gecodificeerde versie) (PB 2008, L 299, blz. 25).
(2) (PB 2009, L 78, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy