23.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 357/2
Hogere voorziening ingesteld op 20 maart 2017 door QuaMa Quality Management GmbH tegen het arrest van het Gerecht (Tweede kamer) van 17 januari 2017 in zaak T-225/15, QuaMa Quality Management GmbH/Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie
(Zaak C-139/17 P)
(2017/C 357/02)
Procestaal: Duits
Partijen
Rekwirante: QuaMa Quality Management GmbH (vertegenwoordiger: C. Russ, Rechtsanwalt)
Andere partijen in de procedure: Bureau voor intellectuele eigendom van de Europese Unie, Microchip Technology, Inc.
Conclusies
—
vernietiging van het arrest van het Gerecht van 17 januari 2017;
—
vernietiging van de beslissing van de vierde kamer van beroep van het EUIPO van 19 februari 2015 (gevoegde zaken R 1809/2014-4 en R 1680/2014-4).
Middelen en voornaamste argumenten
Rekwirante baseert haar hogere voorziening tegen het arrest van het Gerecht op de volgende overwegingen:
De hogere voorziening is gebaseerd op schending van artikel 41, lid 1, van verordening nr. 207/2009 (1). Het Gerecht gaat er ten onrechte van uit dat interveniënte op 9 april 2013 het juiste verzoek tot inschrijving van de verandering van eigenaar had ingediend en hiervoor alleen niet het juiste formulier had gebruikt. In werkelijkheid had het verzoek tot „wijziging van de naam of het adres van een houder” betrekking op alle merken (14) van SMSC Europe GmbH en heeft het EUIPO dit volgens de brief van 14 april 2013 ook zo opgevat. Bijgevolg staat vast dat het Bureau het verzoek van 9 april 2013 in zijn geheel heeft afgewezen en pas het na het verstrijken van de oppositietermijn ingediende verzoek van 14 juni 2013 heeft toegewezen.
Voorts is de hogere voorziening gebaseerd op schending van artikel 8, lid 1, onder b), van verordening nr. 207/2009. Noch de oppositieafdeling, noch de kamer van beroep hebben op ook maar bij benadering toereikende wijze de bepaling van het relevante publiek onderzocht. Het gevaar voor inbreuk kan niet worden beoordeeld zonder dat het relevante publiek en het afzonderlijke onderscheidend vermogen voor elk van de waren en diensten werden bepaald. Dit geldt temeer bij de premisse van het Gerecht dat de betrokken tekens voor een professioneel publiek — waartoe het Gerecht niet behoort — slechts in „geringe” mate overeenstemmen.
(1) Verordening (EG) nr. 207/2009 van de Raad van 26 februari 2009 inzake het gemeenschapsmerk (PB 2009, L 78, blz. 1).