19.6.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 195/14
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Tribunal Supremo (Spanje) op 3 april 2017 — Asociación Nacional de Productores de Ganado Porcino/Administración del Estado
(Zaak C-169/17)
(2017/C 195/19)
Procestaal: Spaans
Verwijzende rechter
Tribunal Supremo
Partijen in het hoofdgeding
Eiseres tot cassatie: Asociación Nacional de Productores de Ganado Porcino
Verweerder in cassatie: Administración del Estado
Prejudiciële vragen
1)
Moeten de artikelen 34 en 35 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale bepaling als artikel 8, lid 1, van koninklijk besluit 4/2014 van 10 januari 2014 houdende vaststelling van kwaliteitsnormen voor vlees, ham, schouderham en van varkenslende gemaakte worst van Iberische varkens, op grond waarvan de term „Iberisch” voor in Spanje geproduceerde of in de handel gebrachte producten alleen mag worden gebruikt als de houders van varkens van het Iberische ras die een intensieve (mest)varkenshouderij exploiteren, de totale minimale vrije vloerruimte per dier met een levend gewicht van meer dan 110 kg vergroten tot 2 m2, maar waarbij eventueel blijkt dat die maatregel strekt tot verbetering van de kwaliteit van de producten waarop de kwaliteitsnormen betrekking hebben?
2)
Moet artikel 3, lid 1, onder a), van richtlijn 2008/120/EG van de Raad van 18 december 2008 tot vaststelling van minimumnormen ter bescherming van varkens (1), gelezen in samenhang met artikel 12 van die richtlijn, aldus worden uitgelegd dat het zich verzet tegen een nationale bepaling als artikel 8, lid 1, van koninklijk besluit 4/2014 […], op grond waarvan de term „Iberisch” voor in Spanje geproduceerde of in de handel gebrachte producten alleen mag worden gebruikt als de houders van varkens van het Iberische ras die een intensieve (mest)varkenshouderij exploiteren, de totale minimale vrije vloerruimte per dier met een levend gewicht van meer dan 110 kg vergroten tot 2 m2, maar waarbij de nationale bepaling strekt tot verbetering van de kwaliteit van de producten en niet specifiek tot een betere bescherming van de varkens?
Indien de voorgaande vraag ontkennend wordt beantwoord, moet artikel 12 van richtlijn [2008/120], gelezen in samenhang met de artikelen 34 en 35 VWEU, dan aldus worden uitgelegd dat het zich ertegen verzet dat een bepaling als artikel 8, lid 1, van koninklijk besluit 4/201[4] van producenten uit andere lidstaten ter verbetering van de kwaliteit van in Spanje geproduceerde of in de handel gebrachte producten — en niet ter betere bescherming van de varkens — verlangt dat zij aan dezelfde eisen met betrekking tot het houderijsysteem voldoen als de aan Spaanse producenten gestelde eisen om voor de van hun varkens afkomstige producten gebruik te mogen maken van de verkoopbenamingen die in dat koninklijk besluit worden geregeld?
3)
Moeten de artikelen 34 en 35 VWEU aldus worden uitgelegd dat zij zich verzetten tegen een nationale bepaling als artikel 8, lid 2, van koninklijk besluit 4/2014 […], op grond waarvan ter verbetering van de product[kwaliteit] een minimale slachtleeftijd van 10 maanden geldt voor varkens waarmee als „de cebo” geclassificeerde producten worden geproduceerd?
(1) PB 2009, L 47, blz. 5.
Full & Egal Universal Law Academy