2.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 330/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Consiglio di Stato (Italië) op 21 juni 2017 — Stanley International Betting Ltd, Stanleybet Malta Ltd/Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Dogane e dei Monopoli
(Zaak C-375/17)
(2017/C 330/07)
Procestaal: Italiaans
Verwijzende rechter
Consiglio di Stato
Partijen in het hoofdgeding
Appellantes: Stanley International Betting Ltd, Stanleybet Malta Ltd
Geïntimeerden: Ministero dell’Economia e delle Finanze, Agenzia delle Dogane e dei Monopoli
Prejudiciële vragen
1)
Moet het Unierecht — in het bijzonder de vrijheid van vestiging en van dienstverrichting alsook de beginselen van non-discriminatie, transparantie, vrije mededinging, evenredigheid en coherentie — aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een regeling als die van artikel 1, lid 653, van de stabiliteitswet 2015 en de uitvoeringsbesluiten daarvan, die voorziet in een monoprovidingmodel voor de concessie van de exploitatie van het lottospel, anders dan voor andere kansspelen en weddenschappen?
2)
Moet het Unierecht — in het bijzonder de vrijheid van vestiging en van vrije dienstverrichting, richtlijn 2014/23/EU (1) en de beginselen van non-discriminatie, transparantie, vrije mededinging, evenredigheid en coherentie — aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een aankondiging van een concessie die voorziet in een basisaanbestedingswaarde die veel te hoog is en ongerechtvaardigd gelet op de vereisten inzake economisch-financiële draagkracht en technisch-organisatorische bekwaamheid, zoals die welke zijn opgenomen in de punten 5.3, 5.4, 11, 12.4 en 15.3 van het bestek van de aanbesteding van de concessie van het lottospel?
3)
Moet het Unierecht — in het bijzonder de vrijheid van vestiging en van vrije dienstverrichting, richtlijn 2014/23/EU en de beginselen van non-discriminatie, transparantie, vrije mededinging, evenredigheid en coherentie — aldus worden uitgelegd dat het in de weg staat aan een regeling die een de facto keuze opdringt tussen het binnenhalen van een nieuwe concessie enerzijds en het vrij blijven verrichten van diverse, grensoverschrijdende weddenschapsdiensten anderzijds — een keuze als die welke resulteert uit artikel 30 van de modelovereenkomst –, zodat het besluit om in te schrijven op de aanbesteding van de nieuwe concessie voor de succesvolle inschrijver meebrengt dat hij moet afzien van zijn grensoverschrijdende activiteiten, hoewel het Hof van Justitie meermaals heeft geoordeeld dat die activiteiten rechtmatig zijn?
(1) Richtlijn van het Europees Parlement en de Raad van 26 februari 2014 betreffende het plaatsen van concessieovereenkomsten (PB 2014, L 94, blz. 1).