23.10.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 357/5
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door de Sąd Okręgowy w Warszawie (Polen) op 11 augustus 2017 — Passenger Rights sp. z o.o./Deutsche Lufthansa AG
(Zaak C-490/17)
(2017/C 357/07)
Procestaal: Pools
Verwijzende rechter
Sąd Okręgowy w Warszawie
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: Passenger Rights sp. z o.o. w Warszawie
Verwerende partij: Deutsche Lufthansa AG
Prejudiciële vragen
1)
Valt een bedrijfsinterne staking georganiseerd door de vakbond van werknemers van een luchtvaartmaatschappij onder „buitengewone omstandigheden” in de zin van artikel 5, lid 3, in samenhang met overweging [OMISSIS] 14 van verordening (EG) nr. 261/2004 (1) van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten?
2)
Is het voor bevrijding van een luchtvaartmaatschappij van de verplichting tot betaling van compensatie krachtens artikel 5, lid 3, in samenhang met overweging [OMISSIS] 14 van verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten, voldoende dat aannemelijk wordt gemaakt dat een staking van werknemers een buitengewone omstandigheid is die ondanks het treffen van alle redelijke maatregelen door de luchtvaartmaatschappij niet kon worden voorkomen, of moet zulks worden aangetoond?
(1) PB 2004, L 46, blz. 1.