27.11.2017
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 402/11
Verzoek om een prejudiciële beslissing ingediend door het Bundespatentgericht (Duitsland) op 5 september 2017 — LN
(Zaak C-527/17)
(2017/C 402/13)
Procestaal: Duits
Verwijzende rechter
Bundespatentgericht
Partijen in het hoofdgeding
Verzoekende partij: LN
Deelnemer aan de procedure: Deutsches Patent- und Markenamt
Prejudiciële vraag
Dient artikel 2 van verordening (EG) nr. 469/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende het aanvullende beschermingscertificaat voor geneesmiddelen (1) aldus te worden uitgelegd dat een toelating overeenkomstig richtlijn 93/42/EEG voor een combinatie van een medisch hulpmiddel en een geneesmiddel in de zin van artikel 1, lid 4, van richtlijn 93/42/EEG (2) voor de toepassing van de verordening moet worden gelijkgesteld met een geldige vergunning voor het in de handel brengen overeenkomstig richtlijn 2001/83/EG (3), als het geneesmiddelbestanddeel in het kader van de toelatingsprocedure overeenkomstig bijlage I, punt 7.4, eerste alinea, bij richtlijn 93/42/EEG bij een geneesmiddelenautoriteit van een EU-lidstaat overeenkomstig richtlijn 2001/83/EG werd gecontroleerd op kwaliteit, veiligheid en nut?
(1) PB L 152, blz. 1.
(2) Richtlijn 93/42/EEG van de Raad van 14 juni 1993 betreffende medische hulpmiddelen (PB L 169, blz. 1).
(3) Richtlijn 2001/83/EG van het Europees Parlement en de Raad van 6 november 2001 tot vaststelling van een communautair wetboek betreffende geneesmiddelen voor menselijk gebruik (PB L 311, blz. 67).
Full & Egal Universal Law Academy