8.1.2018
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 5/21
Hogere voorziening ingesteld op 9 oktober 2017 door het Koninkrijk Spanje tegen het arrest van het Gerecht (Zesde kamer) van 20 juli 2017 in zaak T-143/15, Koninkrijk Spanje / Europese Commissie
(Zaak C-588/17 P)
(2018/C 005/29)
Procestaal: Spaans
Partijen
Rekwirant: Koninkrijk Spanje (vertegenwoordigers: M. J. García-Valdecasas Dorrego, gemachtigde)
Andere partij in de procedure: Europese Commissie
Conclusies
Rekwirant verzoekt het Hof:
—
de onderhavige hogere voorziening toe te wijzen en het arrest van het Gerecht van 20 juli 2017 in zaak T-143/15, Koninkrijk Spanje/Europese Commissie (ECLI: EU: T: 2017:534), gedeeltelijk te vernietigen, namelijk voor zover dit arrest betrekking heeft op de financiële correctie die aan het Koninkrijk Spanje is opgelegd en waarmee bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) aan EU-financiering zijn onttrokken (PB 23.1.2015, blz. 62-205/75), welke uitgaven verband hielden met de begrippen „natuurlijke handicaps” en „agromilieumaatregelen” in het programma voor plattelandsontwikkeling van de autonome gemeenschap Castilla y León, wat het bedrag betreft dat overeenkomt met het gedeelte van de steun voor gebieden met natuurlijke handicaps, te weten in totaal 1 793 798,22 EUR.
—
de zaak zelf af te doen en in een nieuwe beslissing het uitvoeringsbesluit van de Commissie van 16 januari 2015 houdende onttrekking aan EU-financiering van bepaalde uitgaven die de lidstaten hebben verricht in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) nietig te verklaren, voor zover dit besluit de financiële correctie betreft die aan het Koninkrijk Spanje is opgelegd doordat bepaalde uitgaven van de lidstaten in het kader van het Europees Landbouwgarantiefonds (ELGF) of in het kader van het Europees Landbouwfonds voor Plattelandsontwikkeling (Elfpo) aan EU-financiering zijn onttrokken (PB 23.1.2015, blz. 62-205/75), welke uitgaven verband hielden met de begrippen „natuurlijke handicaps” en „agromilieumaatregelen” in het programma voor plattelandsontwikkeling van de autonome gemeenschap Castilla y León, wat het bedrag betreft dat overeenkomt met het gedeelte van de steun voor gebieden met natuurlijke handicaps, te weten in totaal 1 793 798,22 EUR.
Middelen en voornaamste argumenten
1.
Kennelijke verdraaiing van de feiten
Er is sprake van een kennelijke verdraaiing van de feiten voor zover: i) binnen het bemiddelingsorgaan overeenstemming is bereikt over de grondslag voor de toepassing van de financiële correctie, zoals het Koninkrijk Spanje in zijn verzoek heeft aangegeven en ook heeft bewezen; ii) het Koninkrijk Spanje heeft aangetoond dat voederarealen, indien daarvoor geen vee beschikbaar is, onder het toepassingsgebied van de betrokken maatregelen kunnen vallen en derhalve door de correcties van de Commissie kunnen worden beïnvloed.
2.
Onjuiste rechtsopvatting doordat aan de overeenkomsten van het bemiddelingsorgaan een beperkte draagwijdte is toegekend die kennelijk in strijd is met het beginsel van behoorlijk bestuur en het beginsel van loyale samenwerking
De redenering van het Gerecht is rechtens onjuist doordat de gelding en de doeltreffendheid van de deelovereenkomsten tussen de Commissie en een lidstaat in het bemiddelingsorgaan zijn miskend. Voorts is sprake van een kennelijke schending van de beginselen van behoorlijk bestuur en loyale samenwerking waar het Gerecht in zijn motivering heeft aanvaard dat een autoriteit eenzijdig en zonder enige vorm van verklaring voorbij kan gaan aan de overeenkomsten die zij met een staat heeft gesloten in het kader van een bemiddelingsprocedure die juist bij wet is vastgesteld om tot een akkoord tussen de Commissie en de lidstaten te komen.
3.
Onjuiste rechtsopvatting wegens ontoereikende motivering van het bestreden arrest
Het Gerecht heeft zich niet uitgesproken over punt III. 2.3 van het beroepsverzoekschrift, waarin werd aangevoerd dat artikel 31, lid 2, van verordening (EG) nr. 1290/2005 (1) en het evenredigheidsbeginsel waren geschonden doordat de Commissie bij de toepassing van de financiële correctie ook begunstigden van steun voor structureel zwakke gebieden zonder voederareaal als grondslag heeft gebruikt.
4.
Onjuiste rechtsopvatting met betrekking tot de werkingssfeer van artikel 31, lid 2, van verordening nr. 1290/2005 en de rechterlijke toetsing van het evenredigheidsbeginsel, alsmede schending van het recht op een eerlijk proces.
Het Gerecht heeft niet overeenkomstig artikel 31, lid 2, van deze verordening en aan de hand van het evenredigheidsbeginsel getoetst of de staat al dan niet heeft voldaan aan zijn verplichting om vast te stellen of de Commissie een fout had begaan met betrekking tot de financiële gevolgen van de betrokken inbreuk. Evenmin heeft zij de door het Koninkrijk Spanje verstrekte gegevens geverifieerd waaruit de vergissing van de Commissie was gebleken.
Bovendien levert de redenering van het Gerecht schending op van het beginsel van eerlijke rechtsbedeling, aangezien het geen rekening heeft gehouden met het feit dat het Koninkrijk Spanje het aantal vestigingen had vastgesteld waarvoor de verplichting gold om de dieren te tellen en het is afgeweken van het door partijen afgebakende voorwerp van het geding.
(1) Verordening (EG) nr. 1290/2005 van de Raad van 21 juni 2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (niet meer van kracht) (PB 2005, L 209, blz. 1).
Full & Egal Universal Law Academy