3.6.2019
NL
Publicatieblad van de Europese Unie
C 187/70
Arrest van het Gerecht van 10 april 2019 — Duitsland/Commissie
(Zaak T-229/17) (1)
(„Harmonisatie van de wetgevingen - Verordening (EU) nr. 305/2011 - Verordening (EU) nr. 1025/2012 - Bouwmaterialen - Geharmoniseerde normen EN 14342:2013 en EN 14904:2006 - Motiveringsplicht”)
(2019/C 187/74)
Procestaal: Duits
Partijen
Verzoekende partij: Bondsrepubliek Duitsland (vertegenwoordigers: aanvankelijk T. Henze en J. Möller, vervolgens J. Möller, gemachtigden, bijgestaan door M. Winkelmüller, F. van Schewick en M. Kottmann, advocaten)
Verwerende partij: Europese Commissie (vertegenwoordigers: aanvankelijk G. Zavvos en C. Hermes, vervolgens C. Hermes en M. Huttunen, gemachtigden)
Interveniënte aan de zijde van verzoekende partij: Republiek Finland (vertegenwoordiger: S. Hartikainen, gemachtigde)
Voorwerp
Verzoek krachtens artikel 263 VWEU tot nietigverklaring van, ten eerste, besluit (EU) 2017/133 van de Commissie van 25 januari 2017 betreffende de handhaving, met een beperking, in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 14342:2013 „Houten vloeren — Eigenschappen, conformiteitsbeoordeling en merken” overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 21, blz. 113); ten tweede, besluit (EU) 2017/145 van de Commissie van 25 januari 2017 betreffende de handhaving, met een beperking, in het Publicatieblad van de Europese Unie van de referentie van geharmoniseerde norm EN 14904:2006 „Sportvloeren en sportvelden — Binnensportvloeren voor verschillende sporten: Specificatie” overeenkomstig verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad (PB 2017, L 22, blz. 62): ten derde, de mededeling van de Commissie van 10 maart 2017 in het kader van de uitvoering van verordening (EU) nr. 305/2011 van het Europees Parlement en de Raad van 9 maart 2011 tot vaststelling van geharmoniseerde voorwaarden voor het verhandelen van bouwproducten en tot intrekking van richtlijn 89/106/EEG van de Raad (PB 2017, C 76, blz. 32), voor zover zij verwijst naar geharmoniseerde normen EN 14342:2013 en EN 14904:2006; ten vierde, de mededeling van de Commissie van 11 augustus 2017 in het kader van de uitvoering van verordening nr. 305/2011 (PB 2017, C 267, blz. 16), voor zover zij verwijst naar geharmoniseerde normen EN 14342:2013 en EN 14904:2006; ten vijfde, de mededeling van de Commissie van 15 december 2017 in het kader van de uitvoering van verordening nr. 305/2011 (PB 2017, C 435, blz. 41), voor zover zij betrekking heeft op geharmoniseerde normen EN 14342:2013 en EN 14904:2006, en, ten zesde, de mededeling van de Commissie van 9 maart 2018 in het kader van de uitvoering van verordening nr. 305/2011 (PB 2018, C 92, blz. 139), voor zover zij verwijst naar geharmoniseerde normen EN 14342:2013 en EN 14904:2006.
Dictum
1)
Het beroep wordt verworpen.
2)
De Bondsrepubliek Duitsland zal haar eigen kosten en die van de Europese Commissie dragen.
3)
De Republiek Finland zal haar eigen kosten dragen.
(1) PB C 195 van 19.6.2017.
Full & Egal Universal Law Academy